Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tigellinus liet zooveel meel en brood komen als maar mo gelijk was, niet alleen van Ostia, maar ook van andere naburige steden en dorpen. Toen de eerste zending des nachts aankwam, maakte het volk er zich dadelijk van meester. Men vocht om het brood, men sloeg en vertrapte elkaar en de weg was als sneeuw bedekt met het meel uit de gehavende zakken.

Het volk was als waanzinnig. Allerlei geruchten werden er verspreid. Men sprak van een reusachtigen aanvoer van graan en kleederen, die gratis zouden verdeeld worden. Verscheidene provinciën van Azië en Afrika, heette 't, werden op Nero's bevel van hunne schatten beroofd; deze zouden onder de bevolking van Rome verdeeld worden, opdat een ieder zich weer eene nieuwe woning zou kunnen bouwen.

Ook mompelde men, dat de waterleidingen vergiftigd waren, daar 't Nero's plan was, de stad geheel te verwoesten, de inwoners tot den laatsten man uit te roeien, zich vervolgens naar Egypte of Griekenland te begeven en de wereld van daaruit te beheerschen. Elk bericht werd weer opnieuw geloofd en had uitbarstingen van toorn, wanhoop, schrik en woede ten gevolge.

Tigellinus zond ijlbode op ijlbode naar Atium en smeekte den Keizer om toch naar Rome te komen en het radelooze volk gerust te stellen. Maar Nero wachtte tot het vuur zijn hoogtepunt bereikt zou hebben.

Eindelijk begaf hij zich op weg, maar toen hij de stad tot op korten afstand genaderd was, liet hij halt houden; hij wilde in den nacht aankomen, om volop te kunnen genieten van het schouwspel, dat het brandende Rome hem zou bieden. Hij liet den treurspeldichter Alitures in zijne tent komen, raadpleegde hem over houding, blik en voordracht, leerde pas sende bewegingen en kon het met zichzelf niet eens worden, of hij bij de woorden: „O, gij heilige stad, gij, die meer te lijden hebt dan de Ida,"') beide handen zou opheffen of slechts ééne. Deze zaak scheen hem gewichtiger dan al het andere.

Bij 't vallen van den avond brak hij eindelijk op, eerst vroeg hij Petronius nog om raad of hij tusschen de verzen in, die de catastrophe beschreven, niet. eenige vreeselijke godslasteringen zou voegen. Volgens hem paste dat in den mond van den man, die zijn geboortestad verwoesten zag.

Te middernacht naderde hij Rome's muren. Een talrijk ge-

') Berg op Creta, waarop Jupiter werd opvoed.

Sluiten