Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volg van adellijken, senatoren, ridders, vrijgelatenen, slaven, vrouwen en kinderen vergezelde hem Zestienduizend pretorianen handhaafden de orde en hielden het gepeupel op behoorlijken afstand. Het volk vloekte, nep en floot bi] het zien van den stoet, maar waagde 't met dien aan te vallen. Het plebs echter liet zoo nu en dan bijvalsbetuigingen hooren- het .bezat niets, had daarom ook mets te verliezen en hoopte door die kreten op een rijkere uitdeeling van graan olijven, kleederen en geld. Ten slotte werd al dat geraas overstemd door de hoorns en trompetten, die op bevel van Tigellinus een marsch aanhieven. Bij de poort van Ostia hield

Nero even op en sprak:

Een dakloos heerscher en een dakloos volk, waar zal ik vannacht mijn ongelukkig hoofd ter ruste kunnen leggen.

Toen hij bij de eerste waterleiding was gekomen besteeg hij die met bestudeerde schreden. De hovelingen en een zangkoor met citers, luiten en andere muziekinstrumenten volgden. Allen hielden den adem in, verwachtende eemge grootsche woorden te hooren, die zij ter wille hunner eigen veiligheid hadden te onthouden. Maar de Keizer stond daar zwijgend, in een purperen mantel gehuld, een gouden lauwerkrans op het hoofd, en beschouwde de verwoestende macht van het vuur. Nadat hij zich door Terpnos een gouden luit had doen overreiken, hief hij de oogen op naar den roodgekleurden hemel, alsof hij van daar eemge ingeving vernachtte, net volk wees in de verte op hem, die hier in bloedrooden glans zich vertoonde. De oudste en heiligste gebouwen van Rome gingen juist in vlammen op: de Herculestempel brandde, de tempel van Jupiter Stator, de door Servius Tulhus opgerichte Lunatempel, het huis van Numa Pompilius, het heiligdom der Vestaalsche maagden met de Penaten1) van hei Romeinsche volk; door de golvende vlammen zag menbij tijden het kapitool; het oude, karakteristieke Rome stond in lichtelaaie

De Keizer stond daar met een luit in de hand, een theatrale uitdrukking lag op zijn gelaat; hij scheen niet in t minst begaan met de ten onder gaande stad; zijne eigen houding en de woorden, waarmee hij de vreeselijke verwoesting zou schilderen, hielden hem alleen bezig. Hij hoopte daarmee de grootste bewondering te verwekken en den warmsten bijval te oogsten. Nero verachtte Rome en zijne bewo-

l) Beschermgoden van het huisgezin en den staat.

Sluiten