Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ners en had slechts zijn gezangen en verzen lief; daarom verheugde hij zich eene tragedie te zien, gelijk aan die, welke hij zou beschrijven. Hij gevoelde zich gelukkig bij de ge dachte, dat de verwoesting van Troje eene kleinigheid was vergeleken bij deze ramp. Wat kon hij nu nog meer wen schen? Het wereldbeheerschende Rome ging zijn einde te ge moet, terwijl hij. met de gouden luit in den arm op de bogen der waterleiding staande, beroemd, bewonderd, geëerd en poëtisch bleef. Ver beneden hem, ergens in de duisternis, woelde en raasde het volk. Laat 't morren! Geslachten zullen voorbijgaan, eeuwen verdwijnen, maar nog zal de mensch heid zich den dichter herinneren en hem verheerlijken, die in dien nacht den val en den brand van Rome bezong. Wat was Homerus bij hem vergeleken? Wat zelfs Apollo?

Eindelijk hief hij de handen op, tokkelde de snaren en de woorden van Priamus tot de zijne makende, sprak hij: „O, nest mijns vader, o, dierbare wieg!"

Zijne stem klonk zwak in de open lucht, bij het knetteren van hot vuur en het verwijderd geraas van duizenden; de klank der begeleidende instrumenten was als 't zoemen van insecten, maar toch bogen zich de hoofden van senatoren, waardigheidsbekleeders en hovelingen; zij allen luisterden in stille verrukking.

Nero zong lang, de inhoud werd steeds treuriger. Hield hij op om adem te scheppen, dan herhaalde het koor der zangers zijn laatste vers; vervolgens wierp hij, met eene van Alitures geleerde beweging, de syrmaJ) terug, stemde de luit en zong verder.

Toen de verzen eindelijk uit waren, begon hij te improviseeren en zocht naar grootsche vergelijkingen met hel schouwspel, dat hij voor oogen had. Zijn gezicht veranderde; maar 't was niet van ontroering over den ondergang van de hoofdstad van zijn rijk, dat zijne oogen zich met tranen vul den, maar van verrukking over het pathos zijner eigen woor den. Hij liet de luit met veel gedruisch op den grond vallen, hulde zich in zijn syrma en bleef in die houding als versteend staan.

Een ware storm van bijval brak los. Als antwoord daarop weerklonk uit de verte het gehuil der menigte. Niemand twijfelde meer, dat de Keizer bevolen had de stad in brand

*) Kleed met sleep, door schouwspelers pedragen.

Sluiten