Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zant van den Keizer nog iets te zeggen, want hij toefde nog op dezelfde plaats. Eindelijk gebood hij opnieuw stilte en riep: „Ik beloofde u brood en spelen; laat daarom, den Keizer ter eere, die u kleedt en voedt, een vreugderoep weerklinken; en gaat dan slapen, dierbare plebejers, want de dag zal spoedig aanbreken." Daarop wendde hij zijn paard en was spoedig bij de waterleiding terug.

Daar vond hij allen in doodelijke onmst; men had het geroep van „brood en spelen" niet verstaan en het voor eene nieuwe uitbarsting van woede gehouden. Nero en zijn gevolg hadden niet gedacht hem levend terug te zien; zij geloofden niet, dat hij zich zou kunnen redden. Toen de Keizer hem dus zag aankomen, snelde hij hem te gemoet en vroeg met een van angst vertrokken gelaat:

„Nu, wat zullen zij doen? Zullen zij ons aanvallen?

Petronius haalde eerst diep adem en antwoordde: „Bij Pollux, wat zweeten ze! En wat een stank! Ik ben een flauwte nabij!" En zich toen meer in 't bijzonder tot Nero wendende, vervolgde hij: „Ik beloofde hun graan, olijven, wijn en spelen. Zij aanbidden u weer en juichen te uwer eere. 0. goden, wat een lucht verspreiden die plebejers."

„Ik hield de pretorianen klaar," riep Tigellinus uit, „en als Petronius hen niet gekalmeerd had, zou hun geschreeuw voor altijd tot zwijgen zijn gebracht, 'tls jammer, o, heer, dat gij niet toestondt geweld te gebruiken."

Pretronius keek hem aan, haalde de schouders op en voegde hem toe:

„Dat kunt ge morgen nog probeeren."

„Neen. neen," riep Nero uit, „ik zal bevel geven hun al 't beloofde uit te deelen. Heb dank, Petronius. Ik zal spelen doen geven en het gezang van zoo even in 't openbaar herhalen." Daarop legde hij de handen op Petronius' schouders en vroeg:

„Zeg mij eens oprecht, welken indruk maakte ik op u gedurende het gezang?"

„Van een kunstenaar van den hoogsten rang, liet machtige schouwspel, dat het brandende Rome bood, volkomen waardig," haastte Petronius zich te antwoorden.

„Wij willen er nog eenmaal van genieten," hernam Nero, zijn blik op den vuurpoel richtende, „om dan het oude Rome voor altijd vaarwel te zeggen."

yuo Vadisf

8

Sluiten