Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heim te houden. Terwijl zij omsingeld werden, vielen zij op de knieën neer, zongen liederen en lieten zich zonder tegenstand wegvoeren. Maar deze berusting en onderworpenheid vermeerderden slecht'; de woede van het volk. De menigte werd razend; het kwam zelfs voor, dat de Christenen aan de petrorianen ontrukt en in stukken gescheurd werden; vrouwen sleepte men bij de haren naar de gevangenis en kinderen sloeg men tegen de steenen dood. De kerkers waren overvol; eiken dag voerden de pretorianen en het gepeupel nieuwe slachtoffers aan Medelijden kende men niet meer. 'tWas of de menschen de spraak hadden verloren en zich nog slechts dezen kreet herinnerden, „de Christenen voor de leeuwen!" Even grenzenloos als de wreedheid van het volk, even overdreven was het verlangen van de Christenen naar het martelaarschap.

Tot nu toe waren de aanzienlijken onder hen gespaard gebleven, zooals Flavius, Domitilla, Pomponia ünecina, Cornelius Pudens en Vinicius, daar de Keizer vreesde, dat het volk niet zou gelooven, dat zij schuld aan den'brand hadden. Daar echter vóór alles het gepeupel overtuigd moest worden, besloot men hunne bestraffing tot later uit te stellen. Enkelen meenden, dat deze patriciërs hun behoud aan Actea's invloed dankten. Daarom was ook Petronius tot haar gegaan om haar hulp te verzoeken voor Vinicius en Lygia. Maar twas te vergeefsch; zijzelf werd slechts geduld als zij zich voor Nero en Poppea verborgen hield. Toch bezocht zij Lygia in de gevangenis en bracht haar kleederen en voedsel.

Petronius riep de voorspraak in van allen, die volgens hem eenigen invloed op den Keizer zouden kunnen uitoefenen; aan beloften en geld liet hij 't niet ontbreken. Maar alles was te vergeefsch, Nero bleef onvermurwbaar. Petronius begon te vreezen dat Vinicius de hand aan zichzelf zou slaan. „Nu houdt de hoop op Lygia's redding hem nog op de been," dacht hij, „maar als alle middelen falen en de laatste hoop verdwijnt, zal hij zich in zijn zwaard storten. Zich in de plaats van zijn neef denkende kwam zulk een dood hem zeer begrijpelijk voor.

Vinicius zelf liet ook geen middel onbeproefd 0111 Lygia te redden. Tot dat doel wendde hij zich tot alle voorname Romeinen en hij. eens zoo hoogmoedig en ongenaakbaar, smeekte thans hunne hulp af. Door bemiddeling van Vitellius bood hij Tigellinus al zijne Siciliaansche goederen aan, maar dez weigerde, uit vrees voor de ongenade van de Keizerin.

Sluiten