Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te bevrijden geheel uit 't oog verloren en hem sedert zijn doop en het begin der vervolging nog slechts eenmaal gezien. Hij spoedde zich naar den steenhouwer, in wiens hut hij gedoopt was, en daar vernam hij, dat er eene geheime bijeenkomst zou plaats vinden in een wijngaard van Cornelius Pudens. De man bood aan hem daarheen te geleiden en verzekerde hem daar Petrus te zullen vinden.

Zij begaven zich op weg en na eenigen tijd bereikten zij den eenzaam gelegen wijngaard. In eene slecht verlichte loods waren de Christenen verzameld. Vinicius hoorde fluisterend bidden. Bij het binnentreden zag hij onngeveer hoi; derd personen op de knieën in gebed verzonken liggen. Zij prevelden een soort van litanie; een koor van mannelijke en vrouwelijke stemmen herhaalde niet korte tusschenpoozen: „Christus, erbarm U onzer!"

Diepe, roerende smart en bekommernis klonken hem uit dit gebed tegemoet. Petrus was in hun midden. De apostel knielde voor een houten kruis, dat aan den muur van de loods genageld was, en bad.

De eerste gedachte van Vinicius was op Petrus toe te ijlen en hem toe te roepen: „Red Lygia!" Maar onder den indruk van het gebed boog ook hij zich neder en herhaalde zuchtend en handenwringend met de anderen: „Christus, erbarm U onzer!"

In deze bijeenkomst bevond zich niemand, die niet het verlies van dierbaren te betreuren had. Slechts van al de Christenen was dit handjevol overgebleven, terwijl de rest in de gevangenissen zuchtte en aan de wreedste folteringen ten prooi waren. Geen hart, dat niet van vertwijfeling klopte en zich afvroeg: „Waar is Christus? Waarom laat Hij het kwaad zegevieren ?" Maar toch smeekten zij Hem vol ootmoed om erbarmen, daar in aller borst nog een vonkje hoop glom, dat Christus verschijnen. Nero in een afgrond slingeren en de wereld regeeren zou. Nog blikten zij hoopvol naar den hemel op en baden sidderend, als verwachtten zij elk oogenblik een wonder te zien gebeuren.

Maar niets anders was er te hooren dan het weegeklaag der aanwezigen en toen Vinicius de oogen opsloeg, zag hij slechts het zwakke schijnsel van de lantaarn in plaats van het hemelsche licht, dat hij verwachtte.

Petrus stond op, wendde zich tot de aanwezigen en sprak:

„Kinderen, verheft uwe harten tot den Verlosser en offert Hem uwe tranen."

Sluiten