Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De gerechtsdienaren onteerden mijne dochter en Christus liet dit toe," antwoordde eene klagende stem.

„Ik alleen ben overgebleven, wie zal mijn kinderen brood geven, als ik hun ontnomen word," riep een tweede.

„Linus werd eerst begenadigd, nu hebben zij ook hem gehaald en gemarteld, heer!" klonk het wederom.

„Zoodra wij naar onze huizen terugkeeren, zullen de pretorianen ons grijpen; wij weten niet, waar we ons verbergen moeten. Wee ons! Wie zal ons beschermen?" herhaalde nogmaals een andere.

Zoo hoorde men in de stilte van den nacht klacht op klacht. De oude visscher schudde het gnjze hoofd en sloot de oogen. Vinicius sprong weer op om naar den apostel toe te snellen en hem om redding te smeeken. Maar plotseling deinsde hij terug. Als deze eens zijn eigen zwakheid bekende en verklaren moest, dat de Romeinsche Keizer sterker was dan Christus, de Nazarener? Vinicius voelde, dat hem dan alle grond zou ontzinken en slechts duisternis en dood hem zouden overblijven.

„Mijne kinderen i" hernam Petrus, met nauw hoorbare stem, „op Golgotha zag ik onzen Heer aan het kruis nagelen. Ik zag hem sterven en toen ik na de kruisiging huiswaarts keerde, riep ik vol smart uit, gelijk gij nu doet; Wee, wee! 0, Heer, zijt gij onze God? Waarom hebt Gij dit toegelaten? Waarom zrjt Gij gestorven en waarom hebt Gij de harten bedroefd van hen, die geloofden, dat Uw rijk gekomen was? Maar Hij, onze Heer en God, is op den derden dag uit den doode opgestaan ; Hij was bij ons, totdat Hij met groote heerlijkheid in Zijri rijk inging. En wij, die onze kleingeloovigheid inzagen, werden sterk van geest en zaaien sedert dien tijd Zijne zaadkorrels uit." Daarna wendde hij zich tot hen, die luide geweeklaagd hadden, en riep met verheffing van stem:

„Waarom klaagt gij? God gaf Zichzelf aan martelingen en dood over en gij wilt nu, dat Hij u daarvoor zal bewaren? Gij kleingeloovigen, hebt ge zoo Zijne leer begrepen? Heeft Hij u dan niets beloofd? Hij komt tot u en spreekt: ,\ olgt mij na!' Hij heft u tot zich op en gij klemt u met beide handen aan deze aarde vast en roept uit: ,Heer, red ons!' Voor God ben ik slechts stof, maar voor u ben ik Zijn apostel en Zijn stedehouder op aarde. Ik spreek tot u in den naam van Christus. Niet de dood wacht u, maar het leven; geen smart, maar eindelooze zaligheid; geen zuchten en klager», maar vroolijk gezang, geen slavernij, maar vrijheid. Ik, de apostel

Sluiten