Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des He eren, zeg u, (lat uwe dierbaren niet sterven zullen, maar tot een gelukkig leven uit den slaap zullen ontwaken en uit nacht tot licht zullen komen!"

Na deze woorden hief hij als gebiedend zijne handen op en allen gevoelden nieuw bloed door hunne aderen stroomen, want vóói hen stond niet een zwakke, met zorgen beladen grijsaard, maar een geweldig vorst, die hunne zielen van angst en vrees bevrijdde en van de aarde wegvoerde.

„Amen!" riepen allen.

Uit het oog van den apostel blonk een steeds helderder wordend licht; er ging macht, majesteit en heiligheid van hem uit. Alle hoofden bogen zich voor hem en na eenige oogenblikken ging hij voort:

„Gij zaait in tranen, wat gij in vreugde zult oogsten. Waarom vreest gij de macht van het kwade? De steenen worden nat van uwe tranen, het zand wordt gedrenkt met uw bloed, de dalen worden opgevuld met uwe lichamen, maar ik zeg u, gij zijt de overwinnaars. De Heer boette met Zijn eigen bloed voor de zonden der wereld, Hij wil, dat gij met uw bloed boete zult doen voor deze stad van ongerechtigheid. Dit zegt Hij u door mijn mond."

Vol vertrouwen sloeg de apostel de oogen ten hemel. Men waagde 't nauwelijks adem te halen, want allen voelden, dat zijne blikken gevestigd waren op iets, wat voor hunne zinnen verborgen was. Op zijn gelaat was oneindige vreugde te lezen; hij blikte eenigen tijd zwijgend omhoog, als sprakeloos van verrukking, toen weerklonk opnieuw zijne stem:

„Gij zijt hier, o, Heer en wijst mij Uwe wegen. Ja, o, Christus, niet in Jeruzalem, maar in deze stad van Satan zult Gij Uwen zetel vestigen. Hier wilt Gij U uit deze tranen, uit dit bloed eene kerk bouwen. Hier, waar nu Nero heerscht, zal Uw eeuwig rijk bestaan. En Gij beveelt mij Uwe schapen op deze plaats te weiden tot aan het einde der eeuwen. Hosanna! Hosanna!"

De harten der wankelmoedigen werden met nieuwe hoop vervuld en allen herhaalden: „Hosanna !*'*

Petrus, nog geheel vervuld van zijn visioen, bleef nog lang in gebed verzonken; tot de werkelijkheid teruggekeerd, keek hij met een stralend gelaat, geheel bezield door den geest Gods, op de vergadering neer en vervolgde:

„Zooals de Heer u van twijfel bevrijd heeft, zoo zal Hij u in Zijn naam ter overwinning voeren."

Ondanks de stellige overtuiging van den apostel, dat de

Sluiten