Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe meer het oogenblik naderde, waarop de toegangen zouden geopend worden, hoe opgewondener en verheugder de menigte werd. Men ging weddenschappen aan, wie meer vleesch verslinden konden, leeuwen of tijgers. Men praatte over de gladiatoren, die vóór de Christenen moesten optreden. Reeds vroeg in den morgen verschenen er eenige afdeelingen luide toegejuicht door het volk. De gladiatoren verdwenen in het amphitheater, waaruit verscheidene hunner niet meer levend te voorschijn zouden komen.

Op hen volgden er mannen met zware zweepen gewapend, wier werk 't was, de strijdenden met zweepslagen tegen elkander op te hitsen. Daarna kwamen er ezels, die wagens trokken, volgeladen met doodkisten en uit hun aantal kon men het getal der slachtoffers opmaken; na hen weer mannen, die de gewonden moesten dooden, en daarna de opzieners, plaatsaanwijzers, slaven om verfrisschingen aan te bieden en pretorianen, zonder wier bescherming Nero zich nooit in het amphitheater waagde.

Eindelijk openden zich de poorten en de menigte stroomde het circus binnen. De stroom bleef urenlang aanhouden en toch bleek dit reusachtige gebouw deze ontzaglijke menschenmassa te kunnen bevatten. Bij het opsnuiven van die menschenlucht werd het gebrul van de wilde dieren nog woester.

Door eene wacht omgeven, kwam de stadsprefect binnen. Op hem volgde een onafgebroken reeks van draagstoelen, waarin senatoren, consuls, regoeringspersonen, paleisbeambten,' officieren, patriciërs en voorname dames. Het verguldsel van de draagstoelen glinsterde in den zonneschijn. Juichend begroette het volk al de pracht der rijkgekleede mannen en 'vrouwen. Eenigen tijd later verschenen de priesters van de verschillende tempels en na dezen werden de heilige jonkvrouwen van Vesta binnengedragen.

Het wachten was nu nog slechts op den Keizer, na wiens komst het schouwspel beginnen zou. Om de volksgunst niet te verliezen, liet Nero zich nooit lang wachten, zoodat het ongeduld der menigte spoedig een einde nam. Met hem kwamen Poppea en de hovelingen en onder dezen bevonden zich Petronius en zijn neef.

Vinicius wist, dat Lygia ziek was en buiten kennis lag, maai of zij vandaag onder de slachtoffers zou zijn was hem niet bekend. Daar de Christenen, in dierenvellen genaaid, in massa de arena binnengevoerd zouden worden, was het onmogelijk iemand te herkennen. Wel waren de ffevandenbewanrrWs om-

Sluiten