Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wonnenen waren bijna allen dood. Slechts enkele gewonden knielden in het midden der arena neer en hieven, om genade smeekend, de armen omhoog. De overwinnaars werden met kransen en bloemen bestrooid.

Nu volgde er een pauze, die op Nero's bevel aangevuld werd met het ronddragen van allerlei lekkernijen, terwijl een regen van saffraan en viooltjes op de toeschouwers neerviel. Men at, babbelde en juichte ter eere van den Keizer om hem tot nog grooter vrijgevigheid te bewegen. Zoodra honger en dorst gestild waren droegen honderden slaven manden vol geschenken aan, die door knapen, als cupido's gekleed, met beide handen onder de menigte geworpen werden. Toen er daarop loterijbriefjes werden uitgedeeld, ontstond er eene formeele vechtpartij. Men duwde, sloeg en trapte elkaar onder den voet. terwijl menigeen in het vreeselijke gedrang dreigde te stikken. Wie een gelukkig nummer trok had kans op een huis met een tuin, op een slaaf, een prachtig gewaad of op een wild dier, dat hij aan den circus kon verkoopen. Bij zulke verdeelingen moesten de pretorianen altijd tusschenbeiden komen en waren er steeds gebroken armen en beenen en doodgedrukte menschen.

Intusschen waren de hovelingen bezig zich met Chilon te vermaken, die moeite deed zich den schijn te geven, evengoed als de anderen het bloedvergieten en vechten te kunnen aanzien. Tevergeefs beet hij zich de lippen aan bloed en balde hij zijne vuisten; zijne Griekennatuur en lafheid konden zulk een schouwspel niet verdragen. Allen lachten en hielden hem voor den gek en zelfs Nero deed daaraan mee en hitste de hovelingen aan om hunne plagerijen te verdubbelen.

Op dit oogenblik verhief Petronius zich van zijn zetel, raakte C'hilon's schouder met zijn ivoren stokje aan en voegde hem op koelen toon toe:

„Alles goed en wel, mijn wijze, slechts op één punt vergist ge u: de goden schiepen u tot een zakkenroller en ge werdt een duivel. Daarom kunt ge dit schouwspel niet verdragen."

De Griek staarde hem met zijne roodgerande oogen angstig aan, maar had niet dadelijk een antwoord klaar. Eindelijk kwam er met moeite uit: „Ik zal mijn best doen het te verdragen."

Een stoot op de trompet kondigde het einde van de pauze aan. Iedereen haastte zich zijne plaats weer in te nemen.

Nu was de beurt aan de Christenen gekomen. Niemand wist hoe die zich gedragen zouden, zoodat iedereen in spanning

Sluiten