Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lied te zingen, eerst langzaam en statig, om ten laatste in pen klagenden, smartelijken toon over te gaan. Zijne stem werd onzeker en zijne oogen werden vochtig. De tranen stroomden over de wangen der Vestaalsche maagden. Zwij gend luisterde de menigte toe, doch toen de laatste klank was weggestorven, brak er een storm van juichkreten los, waaraan geen einde scheen te komen. En onder die jubel tonen, ter eere van den Imperator aangeheven, werden zijne onschuldige slachtoffers ter laatste rustplaats geleid.

Petrus, de grijze apostel, ondersteunde zijn hoofd niet de sidderende handen en zijne bloedelooze lippen stamelden:

„O, Heer, o, Heer! Aan wien gaaft Gij de heerschappij over de aardel Waarom wilt Gij hier uwe hoofdstad grondvesten ?'

HOOFDSTUK LI.

De zon was ondergegaan. De voorstelling was geëindigd; stroomen menschen verlieten het amphitheater. Slechts de hovelingen bleven achter en verzamelden zich om het podium, waarop Nero weer verschenen was om hunne loftuitingen in ontvangst te nemen. Het applaus der toeschouwers had iiem niet voldaan; hij begeerde een aan waanzin grenzende geestdrift. Evenmin bevielen hem de vleierijen van de hovelingen, omdat Petronius daar geen deel aan nam en zwijgend toezag. Hij gaf den arbiter een wenk.

„Zeg mij uw oordeel," sprak hij, toen Petronius naderde.

„Ik zwijg," antwoordde deze koud, „omdat ik geen woor den kan vinden, gij hebt u zelf overtroffen."

„Zoo scheen 't mij ook toe, maar dit volk —"

„Kunt ge van de menigte eene juiste waardeering van kunst verwachten?" hernam Petronius.

„Het is u dus ook opgevallen, dat het volk in zijne waardeering voor mijne kunst te kort schoot?" vervolgde dt Keizer.

„Dat is de schuld van het oogenblik."

„Verklaar mij dat, indien gij kunt."

..Als de geest der menschen met zulke bloedige tooneelen vervuld is, kunnen zij niet opmerkzaam luisteren," antwoordde Petronius kalm.

„O, die Christenen!" riep Nero uit, zijn vuisten ballend.

Sluiten