Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te redden. Christus alleen bezat daartoe de macht. Al zijn streven was er nu slechts op gericht, zijn geliefde in de gevangenis te bezoeken. De gedachte, dat Nazarius als lijkdrager zich toegang tot de Mamertijnsche gevangenis had weten te verschaffen, liet hem geen rust en hij besloot dat voorbeeld te volgen.

Den opziener van de lijkdragers had hij reeds met eene groote som omgekocht en deze nam hem op onder zijne knechten, die eiken nacht de gevangenis binnengingen om de lijken weg te halen, 't Gevaar, dat Vinicius herkend zou worden, was heel gering. Daarvoor beschutten hem de nacht, de slavenkleeding en de slechte verlichting van de gevangenis.

Toen de lang verwachte avond eindelijk was aangebroken verwisselde Vinicius van kleeding, hulde zijn hoofd in een doek in terpentijn gedrenkt en begaf zich met een kloppend hart naar de Esquilijnsche gevangenis.

De pretorianen maakten geen bezwaar, want allen brachten het vereischte bordje mee, waarop het wachtwoord geschre ven stond, welke bordjes de centurio bij 't licht van een lantaarn stuk voor stuk nakeek. De zware ijzeren poort werd geopend en de knechten traden binnen.

Vinicius kwam in een grooten, gewelfden kelder. Het droevig schijnsel van een lantaarn verlichtte de ruimte, waarin zich vele gevangenen bevonden. De meesten sliepen of lagen, reeds dood, langs de muren; anderen stonden om een groot vat met water, waaruit zij dronken om hun koortsachtigen dorst te lesschon. De gewelven weerklonken van het gekreun en het moeilijk ademhalen van de zieken; hier hoorde men een fluisterend bidden, daar een zwak zingen en tusschen alles door het vloeken van den opziener, terwijl lijklucht de gansche atmosfeer verpestte.

Overal wemelde 't van zwarte gestalten, die smeekten om ter dood gebracht te worden. Hier was dus Lygia! Vinicius had moeiüe een kreet van vertwijfeling te onderdrukken. Het amphitheater, de tanden der wilde dieren, het kruis — alles was beter dan die vrceselijke gevangenis, waar uit eiken hoek jammerende stemmen riepen: ..Brengt ons ter dood!"

Vinicius begon nu het hel in alle richtingen te doorzoeken, maar nergens vond hij Lygia. Hi,i vreesde reeds, dat al zijne moeite weer te vergeefsch zon zijn, toen de opzichter hem te hulp kwam en vier knechten waaronder Vinicius, uitzocht om de lijken op te zoeken, terwijl de overigen die zouden

Sluiten