Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

riemen. Ik ga tot hem, Vinicius, maar u heb ik lief en zal ik eeuwig blijven liefhebben."

Vinicius bedwong zich en trachtte zijne stem rustig te doen klinken, terwijl hij antwoordde:

„Neen, liefste, ge zult niet sterven. De apostel beval mij te blijven gelooven en hij zal voor u bidden. Hij heeft den Heiland gekend, Christus had hem lief en zal zijn gebed verhooren. Moet gij sterven, dan had Petrus mij niet op het hart gedrukt te blijven vertrouwen. Neen, Lygia, Christus zal Zich over u ontfermen! Hij wil uw dood niet. Hij zal dien niet toelaten. Ik zweer u bij den naam van den Verlosser, dat Petrus Hem om uwe redding smeekt."

Een oogenblik van stilte volgde. Eindelijk sprak Lygia:

„O, Vinicius, Christus zelf heeft ook tot den Vader gebeden : ,Neem dezen drinkbeker van Mij', toch moest Hij dien ledigen. De Heiland stierf aan het kruis en duizenden ondergaan om Zijnentwil den dood. Waarom zou Hij dan mij alleen sparen ! Wie ben ik, Vinicius? Petrus zegt, dat hij zelf ook onder martelingen zal sterven. Toen de pretorianen mij grepen, vreesde ik dood en pijn, maar nu beangstigen ze mij niet meer. Zie, hoe vreeselijk deze kerker isl Maar ik ga naar den hemel. Hier is de Keizer, daar echter de Heiland, die genadig en barmhartig is. Daar is geen dood. Gij hebt mij lief, bedenk daarom welke zaligheid mij daarboven wacht. O, Vinicius, vergeet niet, dat wij elkaar daar zullen wedervinden."

Vermoeid van het spreken, hield zij een oogenblik op en trok zijne hand aan hare lippen.

„Vinicius I"

„Wat is er, mijn liefste?"

„Ween niet om mij," vervolgde zij. „laat 't u troosten, dat ge mij eenmaal zult wedervinden. Mijn leven was kort, maar God heeft mij uw hart geschonken. Laat mij 't Hem mogen zeggen, dat ge mij zaagt sterven, dat ge van smart verkwijnt, maar toch nooit Zijn naam hebt gelaslerd en Hem eeuwig zult liefhebben. Wilt gij den Heere liefhebben en u onderwerpen aan Zijn wil? Wilt ge mij dat beloven? Eens zal Hij ons vereenigen, om nooit meer te scheiden. Ik hel^ u lief en wensch voor eeuwig met u vereenigd te worden."

Vinicius sloeg zijne bevende armen om haar heen en antwoordde, diep geroerd: „Ik beloof het u."

Het doodsbleek gelaat van Lygia straalde in hel droevig licht der maan. Nog eenmaal trok zij de hand van den geliefden inan aan hare lippen en fluisterde: ,,Ik ben uwe vrouw!

Sluiten