Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vreugde zal ik dien ondergaan, want daarna zal ik voor eeuwig met haar vereenigd worden."

„Ge hebt dus alle hoop op haar behoud verloren?"

„Hier op aarde, ja, maar in den hemel zal Christus ons weer tot elkaar brengen."

Petronius liep ongeduldig het atrium op en neer; teleurstelling was op zijn gelaat te lezen.

„Daarvoor hebt gij uw Christus niet noodig — onze goden bewyzen dezelfde diensten."

Vinicius glimlachte droevig en antwoordde:

„Neen, beste oom, wij zullen elkaar nooit begrijpen."

„Dat wil en kan ik ook niet," hernam Petronius. „Toen 't ons niet gelukte Lygia uit de gevangenis te bevrijden verloor ik alle hoop, terwijl gij maar steeds op Christus bleeft vertrouwen, wiens hulp alleen haar nog zou kunnen redden. Laat Hij dat dan doen. Als ik een kostbaren beker in zee werp, kan geen onzer goden mij dien teruggeven. Als uw God niet machtiger is, zie ik niet in, waarom ik Hem meer zou eeren dan onze goden."

„Toch zal Hij ons vereenigen," herhaalde Vinicius.

Petronius haalde de schouders op.

„Weet ge," vroeg hij, „dat Nero's tuin morgen door in brand gestoken Christenen verlicht zal worden?"

„Morgen reeds?" riep Vinicius verschrikt uit. En tegenover de vreeselijke werkelijkheid, die nu zoo nabij was, verloor hij den moed en brak zijn hart van smart en vrees. ,.Misschien zal deze nacht de laatste zijn, dien ik bij Lygia kan doorbrengen," was zijne eerste gedachte. Hij nam daarom afscheid van Petronius en begaf zich haastig naar den opziener, om hem het wachtwoord te vragen. Maar eene teleurstelling wachtte hem daar — de opziener weigerde beslist.

„Vergeef mij," zei hij, „ik heb voor u gedaan wat ik kon, maar mijn leven kan ik niet wagen. Dezen nacht worden de Christenen in den tuin van den Keizer gebracht. De gevangenissen zullen vol soldaten en beambten zijn. Zoo ge herkend werdt, waren mijne kinderen en ik verloren."

Vinicius begreep, dat aanhouden niet zou baten; hij hoopte echter, dat de soldaten, die hem immers kenden, hem ook zonder wachtwoord zouden binnenlaten. Bij 't vallen van den avond verkleedde hij zich daarom volgens gewoonte als lijkdrager, deed een doek om het hoofd en begaf zich naar de gevangenis. Dezen avond echter werden de bordjes met de

Sluiten