Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rekenen, om zoodoende tevens de ziekten te weren, die de stad dreigden te besmetten. Zij lieten daarom alle kerkers ontruimen, zoodat er slechts enkele gevangenen in achterbleven, die tot het sluiten der feesten bestemd waren. Overal, op alle hoofd- en zijpaden, tusschen heggen en struiken, bij vijvers en bloembedden wemelde 't van met pek besmeerde palen, waaraan Christenen gebonden waren. Op hooger gelegen plaatsen, waar geen boomen het uitzicht belemmerden, zag men een woud van palen, waaraan menschelijke wezens waren geketend, met bloemen, klimop en myrrhe overladen. Hun aantal overtrof verre de verwachtingen van liet volk. Eene geheele natie scheen tot Nero's en Rome's vermaak aan palen gebonden te zijn. De menigte bleef soms verwonderd staan en vroeg zich af: „Hoe kunnen er zooveel misdadigers zijn? Hoe konden kinderen, die nauwelijks kunnen staan, Rome in brand steken?" En de verwondering ging langzamerhand in eene zekere vrees over.

Intusschen was 't geheel donker geworden. Naast elk slachtoffer stond een slaaf met eene fakkel in de hand. Zoodra een trompetstoot het begin der voorstelling aankondigde, legde elke slaaf zijne fakkel aan den voet van den paal neer. Het in pek gedoopte, onder bloemen verborgen stroo, vatte vuur en tastte weldra het klimop en de voeten van het slachtoffer aan. Sprakeloos zag de menigte toe; van alle zijden klonken der smartkreten van de veroordeelden. Eenige der brandende Christenen keken naar den sterrenhemel en zongen een lied ter eere Gods. Het volk luisterde aandachtig en zelfs de meest verharden onder hen voelden medelijden opkomen, toen de aan kleinere palen gebonden kinderen „Moeder, Moeder!" gilden, en rilden van afgrijzen, toen zij de kleine, onschuldige kopjes van pijn zagen verwringen of kinderen door den verstikkenden rook bewusteloos werden. De vlammen stegen al hooger en hooger, de paden waren hel verlicht en de bladeren der boomen schenen rood gekleurd te zijn. Toen de lucht van verbrand vleesch merkbaar werd strooiden de slaven myrrhe en aloë tusschen de palen. Hier en daar hoorde men de menigte in kreten losbarsten, van medelijden of van verrukking was niet te onderscheiden; het geschreeuw van het volk groeide aan met het hooger stijgen der vlammen, die langs de palen lekten, de bovenste ledematen der slachtoffers aangrepen, hunne haren verzengden en een sluier wierpen over de zvvartberookte gelaatstrekken.

Sluiten