Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezocht naar belijders van het nieuwe „bijgeloof", maar do vervolging bracht steeds minder gevangenen op, nauwelijks genoeg voor de komende voorstellingen. De menigte was ook oververzadigd van die bloedige tooneelen; haar afkeer daarvan groeide zichtbaar aan. Het ongehoorde geduld van de slachtoffers overblufte hen. Men vertelde elkaar allerlei verzinsels van den wraaklust van den Christengod. De kerkertyphus. die zich uit de gevangenissen in de stad verspreid had, vermeerderde de algemeene vrees. Het aantal sterfgevallen liet zich niet verbloemen en men zon op offers om den onbekenden god te verzoenen. In de tempels van Jupiter en Libitina werden offers gebracht. Ondanks alle pogingen van den prefect enuZ1JHe> h„elPers won de overtuiging steeds meer en meer i ru • , Rome, °P Nero's bevel in brand was gestoken en de Christenen daaraan onschuldig waren.

Dit spoorde Nero en Tigellinus tot hernieuwde vervolgingen aan. Om het volk tevreden te stellen werden er graan, wijn en olijven in menigte uitgedeeld. Nieuwe wetten werden uitgevaardigd, die het bouwen van huizen gemakkelijk maakte,i en waarin de breedte der straten en het bouwmateriaal werd voorgeschreven om een tweeden brand te voorkomen. Nero nam zelf deel aan de senaatzittingen en beraadslaagde met de vroede vaderen" over 't wel en wee van Rome en het volk. Doch geen schijn van genade viel op de veroordeelden. De wereld beheerscher trachtte angstvallig het volk de overuiging te geven, dat zulke wreede straffen slechts schuldigen konden treffen. In den senaat verhief zich geen stem ten gunste der Christenen, omdat niemand den Keizer wilde ver toornen. Maar zij, die verder in de toekomst zagen, begrepen, dat dit nieuwe geloof de grondvesten der Romeinsche heerschappij zou doen wankelen.

Dooden en stervenden gaf men terug aan hunne bloedver wanten omdat de Romeinsche wet aan dooden geen wraak nam. Vinicius vond een zekeren troost in de gedachte, dat indien Lvgia sterven moest, hij haar in den familiekelder kon aten begraven en naast haar zou kunnen rusten. Hij had geen hoop meer haar te kunnen redden. Daar hijzelf half' dood was hield zijn geest zich nog slechts met Christus bezig en droomde hij van geen andere vereeniging meer, dan van die in de andere wereld. Zijn geloof stond onwrikbaar vast en was onbegrensd, en in t licht van dit geloof scheen hem de eeuwigheid duizendmaal belangrijker toe dan het vluchtige aardscho leven. Ofschoon nog in het land der levenden, had hij zich bijna

Sluiten