Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geheel van de aarde losgemaakt en verlangde hij nog slechts naar eene geheele bevrijding van zijne eigene ziel en die van eene andere. Eenmaal gestorven, dacht hij, zouden Lygia en hij hand in hand den hemel binnengaan, waar Christus hen zou zegenen en hen in zaligheid laten wonen. Hij smeekte Christus Lygia niet in het circus onder martelingen te doen sterven, maar haar in de gevangenis vredig te laten insluimeren en twijfelde er geen oogenblik aan, of hetzelfde uur zou ook hem verlossing brengen.

Tegenover al het bloed, dat reeds vergoten was, hield hij 't voor ongepast te smeeken, dat Lygia daarvan verschoond mocht blijven. Van- Petrus en Paulus hoorde hij, dat ook hun het martelaarschap wachtte. Chilon had aan het kruis getoond, dat zelfs de marteldood zalig kon zijn en daarom verlangde hij er naar, dit ellendige leven voor een beter i.e verruilen.

Somtijds voelde hij reeds hoe het toekomstige leven zou zijn. Zijne droefheid was minder hevig; hij gaf zich geheel over aain den wil Gods. Vinicius, die vroeger tegen den stroom geworsteld had, liet zich nu daardoor meevoeren, vertrouwend, dat deze hem tot de eeuwige rust zou brengen. Hij vermoedde, dat Lygia, evenals hij, zich op den dood voorbereidde, dat zij beiden, ofschoon door kerkermuren gescheiden, denzelfden weg bewandelden. En deze gedachte gaf hem een oneindigen troost.

Inderdaad bewogen zich hunne gedachten in dezelfde richting, als spraken zij elkander dagelijks. Ook Lygia verlangde niets meer, zij hoopte slechts op een leven aan de overzijde van het graf. De dood beteekende voor haar niet alleen de bevrijding uit de vreeselijke gevangenis, uit de handen van Nero en Tigellinus, maar vóór alles hare vereeniging met Vinicius. Zij verlangde daarom vurig naar haar stervensuur, zooals eene bruid verlangt naar den huwelijksdag.

Die geweldige geloofsdrang, die duizenden van de eerste belijders aan het aardsche leven ontrukte en naar de overzijde des grafs voerde, maakte zich ook van 1 rsus meester.

Ook hij had zich in 't eerst niet met de gedachte kunnen verzoenen, dat Lvgia moest sterven; maar toen dag op dag liet bericht van alles, wat er in het amphitheater en in den tuin van het paleis gebeurde, doordrong tot binnen de ker kermuren, toen de dood het algemeene en onvermijdelijke lot van alle Christenen, maar ook hun geluk was — een geluk, oneindig grooter dan het aardsche, toen waagde ook Ursus

Sluiten