Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij trachtte zichzelf voor te houden, dat Christus haar wel uit den kerker tot zich zou kunnen nemen, maai' nooit zou toelaten, dat men haar in het circus martelde. Zijne gansche ziel stortte zich uit in deze ééne smc~'<bede: „Gij vermoogt alles!" en de vuisten krampachtig ballend, herhaalde hij: „Gij vermoogt alles!"

Nooit had hij kunnen denken, hoe vreeselijk hem dit uur zijn zou, en hij dacht, zonder er zich geheel van bewust te zijn, dat, als hij Lygia zag martelen, zijne liefde tot God dan in haat moest veranderen, zijn geloof in vertwijfeling. Deze gedachte deed hem ontstellen, daar zij eene beleediging wr.s van den God, tot Wien hij bad om erbarmen en om een wonder. Hij smeekte niet meer om haar leven, slechts om de genade, dat zij sterven mocht, vóór zij in de arena gebracht werd.

„Weiger mij ten minste dit niet, dan zal ik U nog meer dan vroeger liefhebben!" bad hij uit 't diepst zijner ziel.

Zijne gedachten woedden als een storm in zijn hoofd. Vurige wenschen naar bloedige wraak ontwaakten in hem en deden den lust in hem opkomen zich op Nero te werpen en den tyran voor aller oogen te worgen. Maar dadelijk voelde hij het zondige daarvan, 'tzou eene overtreding zijn van het Goddelijke gebod. Somtijds viel er een straaltje hoop in zijne gepijnigde ziel. Indien eene almachtige Hand eens alles afwendde, waarvoor hij sidderde ? Maar deze hoop verdween even snel als zij gekomen was. Hij, die met één woord het gansche circus verwoesten en Lygia redden kon, had haar verlaten, ofschoon zij op Hem hoopte en Hem liefhad met al de kracht harer reine ziel! En zij lag daar in die duistere holen, zwak, hulpeloos, verlaten, overgeleverd aan de luimen en de slechtheid van brutale bewakers, stervende misschien, terwijl hij machteloos hier zat, onbekend met de martelingen die haar wachtten en met hetgeen er in het volgend oogenblik gebeuren zou. Als een mensch, die, in een afgrond vallend, zich aan eiken halm tracht vast te grijpen, zoo hield hij zich met zijne laatste krachten vast aan de gedachte, dat het geloof haar zou kunnen redden. Petrus had hem immers verzekerd, dat het geloof zelfs de wereld uit hare voegen kon lichten.

Zijn twijfel bestrijdend loste zijn geheele zijn zich op in deze twee woorden: „Ik geloof" pn hij wachtte op een wonder

Maar de te strak gespannen boog breekt en zijn smart was te groot. Doodelijke bleekheid overtoog zijn gelaat, de krach ten begaven hem. Hij geloofde, dat zijn gebed verhoord was en hij zou mogen sterven. Lygia zou hem in den dood

Sluiten