Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

na rukte hij de tunika van zijne borst, ontblootte de litteekeuen van de wonden, die hij in den Armenischen oorlog verkregen had en strekte zijne handen smeekend naar de menigte uit.

Het enthousiasme der Romeinen kende geen grenzen meer. Men stampte en brulde; het geschreeuw om genade werd oorverdoovend. Men koos niet slechts paitij voor den reus, maar ook voor den krijgsman, voor de jonkvrouw en voor hunne liefde voor elkaar. Nero zag duizenden toornige oogen en gebalde vuisten op zich gericht. .

Toch aarzelfle hij nog. Tegen Vinicius had hij eigenlijk mets en Lvgia's dood kon hem tot geen nut zijn. Maar t lustte hem nu eenmaal haar lichaam verscheurd te zien door de horens van den os of de klauwen van andere wilde dieren. Zijne wreedheid en onmenschelijke fantasie schepten behagen in zulke voorstellingen. En nu wilde dit volk hem van zijn genot berooven. Zijn opgeblazen gezicht werd donkerrood van toorn. Zijne eigenliefde verbood hem toe te geven; maai; toch waagde hij 't in zijn aangeboren lafheid niet, zich tegen den wil van het volk te verzetten.

Hij keek om zich heen, in de hoop, ten minste bij zijn aanhangers naar beneden wijzende vingers te zien. Maar Petronius hield de hand omhoog en keek Nero bijna uitdagend aan. Yestinius gaf het teeken tot genade, 't Zelfde deden Scaevinus, de senator Nerva, Tullius Senecio, en ook de beroemde veldheer Ostorius Scapula, Autistius en Piso, Vetus en Crispus, Minucius. Ternius, Portius Telesenius en Thrasca, welke laatste, vóór alle anderen, bij het volk in hoog aanzien stond.

Vol verachting en diep beleedigd liet Nero den smaragd zinken. Tigellinus, wien er veel aan gelegen lag, Petronius te ergeren, wendde zich tot den Keizer en zei:

„Geef niet toe, godheid, wij hebben immers de pretorianen

Nero's oog zocht de plaats, waar de grimmige Subrius Flavius. tot nog toe hem van ganscher harte toegedaan, aan het hoofd der pretorianen stond, doch hij zag iets geheel onverwachts. Langs het strenge gelaat van den ouden tribuun rolden tranen, terwijl hij de hand zoo hoog mogelijk hield

opgeheven. .

Opnieuw begon het oproer. Het stof dwarrelde op onder de stampende voeten. Kreten als: „Roodbaard! Moedermoordenaar! Brandstichter!" werden hoorbaar.

Nero schrikte. In het circus waren de Romeinen de alleen-

Sluiten