Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ver verwijderden persoon zouden denken. Gij hebt mij niet alleen niet vergeten, maar wilt mij overreden naar Sicilië te komen om uw brood en uwen Christus met mij te deelen. Gij zegt, dat Christus u zooveel geluk schenkt. Is dit zoo, vereer Hem dan. Volgens mijne meening heeft ook Ursus zijn aandeel in Lygia's redding en eveneens het Romeinsche volk. Neen, mijn waarde, uw godsdienst is niet voor mij. Zou ik de Bithyniërs moeten liefhebben, die mijn draagstoel torsen, de Egyptenaren, die mijne baden verwarmen of Roodbaard en Tigellinus? Al wilde ik, ik zou 't niet kunnen. Er zijn in Rome duizenden personen, die een hoogen rug, te breede knieën, te dunne beenen, starende oogen of te groote hoofden hebben. Lieveelt gij mij ook hen lief te hebben? Waar zal ik liefde vinden, daar zij niet in mijn hart woont? Wie het schoone bemint, kan het mismaakte niet liefhebben. Daarom kan uw geluk het mijne niet zijn. En behalve dit alles is er nog een reden, waarom ik niet komen kan en die ik voor 't laatst bewaard heb, en die is, dat de dood mij wenkt. Voor u is het daglicht eerst aangebroken, mijne zon neigt ter kimme, de schemering begint reeds te vallen. Met andere woorden: ik moet sterven, mijn waarde."

,,'tls niet de moeite waard er lang over te spreken, 't Moest zoo komen: Tigellinus heeft overwonnen, of liever gezegd, mijne overwinning is geëindigd. Ik heb geleefd naar mijn wensch en ik wil ook sterven, zooals 't mij bevalt. Als de ziel meer is dan Pyrrhon1) meent, dan zal de mijne, op haar weg over den Oceaan, tot u en Lygia ijlen en uw huis betreden in de gedaante van een vlinder. In andere gedaante kan ik niet komen.

Mogen de goden u beider pad met bloemen bestrooien en 11 overvloedig geluk schenken tot in lengte van dagen 1"

HOOFDSTUK LXVI.

Petronius had zich niet vergist. Twee dagen later zond Nerva, die hem steeds vriendelijk gezind was gebleven, zijn

*) Grieksch wijsgeer.

Sluiten