Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doek bedekkend, stormden zij verder. De nacht was bijna ten einde, de straten waren nog altijd vol menschen en een donderend gejubel ter eere van Galba weerklonk. Nero begreep nu eindelijk, dat zijn laatste uur geslagen had. Angsl en schrik bevingen hem. Hij zeide niets meer te zien dan eene zwarte wolk, waaruit de gezichten zijner moeder, zijner vrouw en van zijn broeder hem aankeken. Maar toch vond zijne comediantenziel eene soort van genot in den angst van dit oogenblik. Onbeperkt heerscher der wereld te zijn en ondanks dat toch alles te verliezen, scheen hem een onderwerp loe voor een treurspel, en zichzelf getrouw speelde hij deze rol tot het einde toe. Eene ware woede om verzen te citeeren greep hem aan, en hij hoopte vurig, dat zijne begeleiders die kunstproducten voor het nageslacht zouden bewaren. Soms wenschte hij te sterven en declameerde hij: „Moeder, vrouw, vader, roept mij ten doode!" Toch bleef hij nog hopen op redding.

Toen zij in Phaon's villa waren aangekomen verborg deze hem niet langer meer, dat hij sterven moest. Hij gaf zijn lieden bevel een graf te maken en deed Nero op den grond neerleggen om de maat te kunnen nemen. Het zien der uitgegraven aarde vervulde hem met schrik. Zijn dik gezicht verbleekte, op zijn voorhoofd parelden dikke zweetdroppels. Hij aarzelde; met theatrale stem verklaarde hij, dat zijn uur nog niet was gekomen; daarna begon hij weer te citeeren. Eindelijk smeekte hij zijn lichaam te verbranden.

„Welk een kunstenaar gaat er met mij verloren!" herhaalde bij steeds met de grootste verbazing.

Nu kwam Phaon's bode met de tijding, dat de Senaat zijn vonnis had uitgesproken: de „Parricida"moest op de gebruikelijke wijze gestraft worden.

„Waarin bestaal dat?" vroeg Nero mot bloedelooze lippen.

„Men zal uW hals op een vork steken, u ten doode loe lalen geeselen en uw lichaam in den 'fiber werpen, antwoordde Epaphroditus aarzelend

Nero ontblootte zijne borst.

„Dan is het tijd I" zei hij, om zich heen ziende, en herhaalde opnieuw: „Wolk een kunstenaar gaat verloren!

In holzelfde oogenblik boorde men den hoefslag van e°»> paard; het was de centurio, die met zijne soldaten om het hoofd van Rood baard kwam.

l) Vadermoordenaar, landverrader.

Sluiten