Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nautische staf bestond uit de heeren G. F. TyüEMAN commandant, H. J. Boldingh, eerste navigateur, C. E. Hoorens VAN' HEYNINGEN tweede navigateur.

Wij liadden geen aangenamer gezelschap kunnen wenschen, dan dat van deze drie heeren. Van de kunde en vastberadenheid van commandant TvDEMAN, van den nimmer verflauwenden ijver van hem en de overige officieren voor alles wat het doel der expeditie bevorderen kon, heeft Prof. M. WEBER reeds elders gewag gemaakt; mij mag hier wel een woord van dank van het hart aan den commandant, die WEBER en mij zijn ruime kajuit afstond en zich zelf met een veel kleinere behielp. Die kajuit was vooral voor mij van onberekenbaar veel waarde; hier kon ik steeds rustig werken en eiken dag van de reis waardeerde ik opnieuw de welwillendheid van den commandant, als ik in mijn betrekkelijk zoo ruim verblijf gezeten was.

Prof. m. Weber, Dr. j. versluys eerste assistent en de heer H. F. nlerstrasz tweede assistent vormden den wetenschappelijken staf, terwijl de geneesheer Dr. med. A. h. ScHMlDT beurtelings ieder hielp als hij daartoe gelegenheid had. Mij was de taak opgedragen, alle werkzaamheden de marine flora betreffende op mij te nemen. Als teekenaar was aan de expeditie de heer j. W. huysmans toegevoegd, die zich door ziine hulpvaardigheid en zijn ijver bij iedereen wist bemind te maken.

Het werd al spoedig gewoonte, dat WEBER steeds op zijn tochten naar de riffen door VERSLUYS vergezeld werd en dat HUYSMANS zich geregeld bij hen aansloot. NlERSTRASZ bleef gewoonlijk aan boord om het materiaal te verwerken, dat hem zoo spoedig mogelijk toegezonden werd. Ook had hij zich voorbereid om als photograaf der expeditie op te treden; een bezigheid waarin zich hoe langer hoe meer liefhebberij ontwikkelde bij de overige leden der expeditie.

De Heer KLAZINGA was de hoofdmachinist en zijne trouwe zorgen voor machine, spil en kabel hebben veel tot het wel-

Sluiten