Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel toevallig het volgend jaar mode geworden zijn te Parijs en thans nog gedragen worden. Wij liepen al kijkende en genietende door Koepang, daar klonk de stoomfluit der Siboga, een vast signaal, dat ieder dadelijk naar boord moest terug keeren. Wat er aan de hand was, begrepen wij niet, maar wij keerden naar het strand terug. Opnieuw klonk de fluit, er was dus haast bij. „Niet talmen, jongens, gauw naar boord roeien". — „Wat is er, TYDEMAN?" roept WEBER. — „Er komen wolken opzetten, de barometer daalt, ik ken hier de kust niet en ben bang voor branding; komen jullie maar gauw

aan boord". — Is 't anders niet, dachten eenigen, die nog nooit in een branding geweest waren; eene dacht: .aanboord gaan, als er mogelijk weer ruw weer komt opzetten, maar dat was immers juist een reden, om aan land te blijven!"

Wij stoomden fluks weg naar Haingsisi, op het kleine eiland Samau tegenover Timor waar kolen ingenomen werden. Op den vroegen ochtend van den volgenden dag gingen wij bij eb op het rif; van dat rif herinner ik mij zoo levendig een naaktslak, die ik in een klein kommetje vond op het strand, een dier grooter dan mijn hand met schitterend rooden mantel.

Sluiten