Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en een Franschman, agent der Paketvaart-Maatschappij. De beide heeren waren ons komen bezoeken; de Franschman keurig gekleed in zwarten rok en hoogen hoed, terwijl hij bij den gouverneur in zijn gewoon jasje verschenen was. Wij brachten den heeren een contra-bezoek; zij woonden dicht bij elkander op de heuvels, die Dongala omgeven en de Franschman had daar, waar het pad zich in tweeën scheidt een wegwijzer geplaatst: „Aux buttes Chaumont". Deze aanwijzing volgende, kwamen wij spoedig bij zijn woning aan, die er vriendelijk uitzag: kaketoe's, parkieten en andere vogels hingen in de veranda rond, waarvan de wanden met borden en waaiers versierd waren. Hij had een beetje Fransche geur weten te bewaren, zelfs in de eenzaamheid der Dongalabaai en roerend was zijn dankbaarheid voor het portret, dat NlERSTRASZ van hem en zijn huis maakte en dat hij aan zijn moeder wilde zenden. „Comme maman sera contente", herhaalde hij telkens weer.

Van Dongala werd koers gezet naar Kanjoengan, een klein eiland aan de oostkust van Borneo. De Makassar-straat werd dus al weder overgestoken en in haar midden met vrucht gekord. Het was avond, toen wij het eiland naderden, dat in het maanlicht omgeven scheen door een breeden rand sneeuw, zoo wit was het koraalzand, terwijl in de verte boven de hooge bergen van Borneo dreigende, zware luchten hingen.

Het rif van Kanjoengan was niet heel rijk, des te rijker het groote, 32 mijlen lange Moearas-rif. Om het eiland Salabangan, dat in de nabijheid van dit rif ligt, te bereiken, moesten wij van de vlet in den sampan overstappen, die over levende hertshoornkoraal heenvoer, waarvan de toppen met Martensia en Vanvoorstia begroeid waren, algen, die om hun fijn geaderd, op een blad gelijkend loof, tot de fraaiste, roode zeeplanten behooren; maar men moet hen, om hun schoonheid te genieten, in zee zien, waarin zij zich zoo sierlijk ontplooien en bevallig heen en weder worden bewogen. Gedroogd zijn het maar planten-lijken, die een

Sluiten