Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk in goed Hollandsch en ging voort met zelf een ankerplaats te zoeken, die het hem dan ook eindelijk gelukte te vinden.

De doorvaart tusschen Kawio en Kamboleng is voor schepen gesloten door een daarvoor liggend rif; hoorensvan Heyningen, Versluys en hüysmans sloegen voor den volgenden dag aldaar te blijven, terwijl wij in de richting van Mindanao zouden stoomen om te bepalen of de drempel, die de Celebes Zee van den Pacifischen Oceaan scheidt en die vermoedelijk een voortzetting in noordelijke richting moest zijn van den rug waarop Siau, Sangir en de Karkaralongeilanden liggen, inderdaad naar Mindanao loopt. Waren onze loodingen afgeloopen, dan zouden wij onze heeren weder komen afhalen.

Dit plan werd ten uitvoer gebracht; den volgenden ochtend werden de drie heeren aan land gezet en stoomde de Siboga in noordelijke richting weg. Na twintig zeemijlen te hebben afgelegd, zagen wij Mindanao duidelijk voor ons liggen en toen wij dit eiland zoo dicht genaderd waren, besloot weber hier te looden; het dieplood wees echter ruim 1600 M. aan. Deze diepte was 300 M. te diep voor de hooge temperatuur van het bodemwater (3.50 C.) in de Celebes Zee, want bij 1300M. vindt men in den Pacifischen Oceaan reeds een temperatuur van 3.50 C. Er waren twee mogelijkheden: de eerste en meest waarschijnlijke was, dat onze looding niet het hoogste punt van den onderzeeschen drempel getroffen had, de tweede, dat deze rug van Kaap St. Augustin aan de zuidpunt van Mindanao over Palmas en de Talauteilanden naar Siau liep. De loodingen der volgende dagen lieten echter geen twijfel over of de voormelde, onderzeesche drempel loopt over de Karkaralong-eilanden naar Mindanao, want op onzen weg naar de Talaut-eilanden troffen wij veel grootere diepten aan. Het looden gedurende dit traject was echter door de woelige zee en de sterke deining zoo bezwaarlijk, dat YVelier geen thermometer aan den loodlijn

Sluiten