Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

durfde binden, uit vrees, dat hij toch maar gebroken boven zoude komen. De temperatuur van het bodemwater heeft hij hier dus niet kunnen opnemen.

Bij onze terugkomst naar de Karkaralong-eilanden wachtten de heeren ons reeds met ongeduld af; hoorens van Heyningen, die een opname dezer eilanden gedaan had, was met zijn werk gereed; versluys en huysmans hadden vele dieren en planten verzameld, die noodzakelijk gauw verwerkt moesten worden, wilden zij niet bederven. Weber, die overal nog wat bij elkander wist te garen, ging nog even vlug naar land, van waar hij ook werkelijk nog belangrijke steenen voor de geologische verzameling medebracht.

Na een korten rusttijd voor de stokers werd dienzelfden dag nog doorgestoomd naar Beo op Karakelang, een der Talaut-eilanden.

Beo wordt bestuurd door een hoofd, dat den titel voert van president djoegoegoe. Tijdens ons bozoek was de president op een dienstreis naar Menado, maar nauwelijks had de Siboga het anker voor Beo laten vallen of de zoon van dezen waardigheidsbekleeder en de schoolmeester kwamen beiden aan boord. Nadat wij hun verklaard hadden, wat de Siboga in deze wateren, waar zelden een oorlogsschip verscheen, kwam doen, gingen wij met hen naar land. Het was hoog water en de zee stroomde met kracht onder een mangrove-bosch door, dat zich voor het land uitstrekte en bij eb droog liep. Een eind verder stapten wij aan wal en daar wij op de riften toch nog niets uit konden voeren wegens het hooge water, gingen wij allen de kampong in.

Beo is schaarsch bevolkt, dit is trouwens geheel Karakelang, dat veel grooter is dan Sangir maar desniettemin slechts 9000 zielen telt. Dit komt zeker omdat hongersnood hier vroeger veel voorkwam, toen de bevolking nog geen verstand van het aanleggen van tuinen had; maar al wordt zij hierin onderwezen, ook nu nog is zij slechts met moeite te bewegen den grond te bewerken. De indruk, dien het plaatsje maakte,

Sluiten