Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Resident had den Sultan gevraagd ons in den vooravond te willen ontvangen en voor ons de dansen te laten uitvoeren, die nog steeds bij feestelijke gelegenheden aan zijn hof gedanst worden. De Sultan was zeer hoffelijk op dit verzoek ingegaan en had rijtuigen gezonden om ons af te halen, daaronder was ook een palankijn door koelies getrokken. Mevrouw Horst en ik reden vooruit; onze paarden, wilde dieren, werden door al de herrie niet kalmer en stoven er met ops van door. Op het grasveld voor het paleis van den Sultan moesten wij op de heeren wachten; gezamenlijk reden wij naar de trap van het groote, ouderwetsche huis, waar men gereed stond om ons te ontvangen. Op de treden stonden bedienden met kaarsen in de hand — het aantal kaarsen regelt zich naar de hoogheid van het bezoek, in ons geval brandden er zes — twee prinsen van den bloede, de een de commandeur laut of admiraal, de andere de aanstaande troonopvolger boden mevrouw horst en mij den arm aan en zoo werden wij naar boven geleid, waar de oude Sultan ons, den Resident en het verdere gezelschap hartelijk ontving. De Sultan behoorde eigenlijk beneden aan de trap den Resident te ontvangen, maar daar de Sultan oud en erg rheumatisch was, had do Resident hem van dit eerbetoon ontslagen.

Als eenvoudige toeschouwster kreeg ik te Ternate den indruk, dat de Sultan en de zijnen het aardig vonden ons gastvrijheid te bewijzen en dat zij den Resident gaarne mochten lijden, terwijl ik te Goa het gevoel had, dat de vorst en de prinsen ons duldden, omdat zij nu eenmaal wel moesten, maar dat zij ons met hart en ziel terug naar Holland wenschten.

De vrouw van den Sultan „toewan poetrie", een waardige oude dame en de prinsessen „toewan bokkie" traden nu naar voren om ons te begroeten en gezamenlijk gingen wij den grooten zaal van het paleis binnen, die werkelijk schitterend verlicht was met petroleumlampen. De Sultan zat bovenaan, aan zijne rechterhand werd weber verzocht plaats

I

Sluiten