Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij had echter een Javaanschen bediende achtergelaten en baboe en BANDONG kwamen mij dan ook dadelijk opgetogen vertellen, dat er een „jongen" uit hun geboorteland op Obi was; onze bedienden haalden dien avond hun hart op aan eindelooze gesprekken met hun stamgenoot.

Het rif voor Obi-major was arm; Weber, Versluys en ik brachten er eenige uren op zoek, zonder veel te vinden. Daar de vlet naar boord terug was gekeerd, moesten wij hare terugkomst afwachten en zetten ons intusschen neder onder de hooge boomen langs het strand. Uit de kleine kampong klonken stemmen tot ons door, kinderen kwamen op het rif spelen, vrouwen tuurden uit de verte naar de vreemdelingen. augusta DE Wit geeft in een harer boeken een beschrijving van een Javaansch strand en zijn visschers, die zoo uitstekend geslaagd is, dat onder het lezen, het mij telkens was, als zag ik het strand van Laiwoei weer voor mij.

Dien avond, terwijl ik nog beneden in de kajuit zat te werken, riep WEBER: „Toe, kom eens boven". De laatste stralen der zon, doorbrekende door zware wolkgevaarten, die aan onzen noordelijken hemel herinnerden, beschenen het poëtische plekje en de groote rust, de hooge boomen gaven een oogenblik heimwee naar het vaderland.

Welk een ontzaglijke eilandenwereld is toch het oostelijk gedeelte van onzen Archipel. 7 Augustus passeerden wij de Vijf Eilanden, daarop Groot en Klein Geelmuiden en Hassil. Van al deze eilanden werden zooveel mogelijk photographische opnamen gemaakt, daar van hun geologischen bouw nog zoo weinig bekend is. Groot Geelmuiden heeft een zeer eigenaardigen vorm, die nlerstrasz deed zeggen: „'t lijkt net het paleis voor Volksvlijt"; het was lang en laag met een heuvel in het midden van het eiland. Klein Geelmuiden was weer geheel vlak en waarschijnlijk een koraal-eiland.

Op Damar, waarbij wij een dag ten anker bleven liggen, deden WEBER, TyDEMAN en HOORENS VAN HEYNINGEN 's morgens heel vroeg een excursie en vonden overal kalk,

Sluiten