Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de campagne op, tegen dat wij aan tafel gingen. De aime zwarte Titi had geen bedelaarsnatuur, hij hing geheel van den hofmeester af en ieder onzer herinnert zich nog hoe goed de hofmeester voor het dier was maar ook hoe hard de liefdeklappen aankwamen, waarmede de hofmeester elke lofrede op Titi besloot.

Op weg naar de Wiedie-eilanden slingerde de Siboga erg, waardoor de Leblanc loodmachine ongemerkt 30 meter draad bij het looden liet ontglippen. Bij het ophalen kwam het lood 50 meter eerder boven, dan de wijzer aanwees en vóór WEBER van zijn bankje waarschuwen kon, haakte de voorlooper, knapte de draad en vielen waterschepper en thermometer benevens het lood in de diepte, 't Was ellendig die kostbare instrumenten te zien vallen en ze niet te kunnen grijpen ! Gelukkig, dat de kor dien dag ten minste nog eenige belangrijke dieren bovenbracht. In den namiddag voor de Wiedie-eilanden gekomen was geen ankerplaats aan de noordzijde te vinden, hoewel wij zoo dicht bij de lage, zwaar begroeide eilanden waren, dat wij eiken steen op het strand en het rif konden onderscheiden. Een groot rif omgaf de geheele eilandengroep, en dit rif benevens de kanalen tusschen de afzonderlijke eilanden vielen bij eb geheel droog. Vlak bij de eilanden wees het lood reeds een diepte van 216 tot 270 meters aan en op twee en een halve zeemijl afstand 510 meter; het was onmogelijk om in deze diepte te ankeren en de nabijheid der riffen maakte het te gevaarlijk om voor een stopanker te blijven drijven. Er schoot dus niet anders over, dan langzaam naar Gebee en 1' au te stoomen; de stroom zette ons echter een heel eind uit den koers en al loodende, stoomden wij eerst den volgenden avond de nauwe straat binnen, die Eau van Gebee scheidt. Met goed gevolg was dien dag ook nog het groote verticaal-net gebruikt.

Onze loodingen in deze streken hadden ten doel om aan te toonen, dat de Halmaheira Zee een diep, afgesloten zeebekken is, hetgeen waarschijnlijk was geworden door eene

Sluiten