Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mcdedeeling van Prof. WlCHMANN over de vulkanen-reeks, die van Ternate over Tidore en Makian en vervolgens in oostelijke richting loopt. Onze loodingen hadden voor het midden der Halmaheira Zee een diepte van 2039 meter aangewezen, die naar Gebee toe minder werd. Om hare onderzoekingen te voltooien zou de Siboga den volgenden dag in de richting naar Halmaheira loopen, daar looden en dreggen en vervolgens naar Gebee terugkeeren. WEBER, HUYSMANS en ik besloten den dag op Fau door te brengen en daar te verzamelen.

Om half zeven 's morgens verlieten wij met vlet en sampan, vergezeld van de twee Ternatanen en drie matrozen de Siboga. Onze ankerplaats en het eiland Fau waren in 1819 in kaart gebracht door DUPERREY, commandant van het Fransche korvet la Coquille, dat in het begin der negentiende eeuw een wetenschappelijke reis rondom de wereld deed, welke veel bijdroeg tot de kennis der streken, waar wij ons thans bevonden. Het eiland Fau heeft aan zijne naar Gebee toegekeerde zijde een diepe baai, die aan een fjord doet denken. Door een zeer nauwe passage roeiden wij de baai binnen, haar oppervlak was spiegelglad, geen deining liet zich hier meer gevoelen en de eenigste beweging, die merkbaar was, was het rijzen en dalen van het water bij eb en vloed. De ronde baai was omzoomd door mangroven, welke zich welig ontwikkelden in de rijke laag humus door het regenwater van de bergen in de baai gevoerd. In dit stille water namen dieren en planten reusachtige dimensies aan; in den zachten bodem ontbraken zelfs geïsoleerde koraalstokken niet, die de juistheid van de bewering van Prof. SLUITER bevestigden, dat koraal ook op modderachtigen bodem voor kan komen, mits er maar een klein hard voorwerp aanwezig zij, waarop hunne larven zich vast kunnen zetten om zich allengs tot een koraalstok te ontwikkelen. Tusschen de koraalblokken kroop welig een Caulerpa racemosa, die zoo groot geworden was, dat men haar allicht voor een andere soort zoude houden, als men

Sluiten