Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een onbekend vaarwater, te midden van riffen en rotsen, met een onbetrouwbare zeekaart en bij invallende duisternis een ankerplaats te zoeken, dat vereischt groote scherpzinnigheid en kalmte. Dank zij onzen commandant kwamen wij, toen de zon reeds geheel onder was, bij Waigeoe ten anker; wel niet, zooals den volgenden morgen bleek, in de Piapisbaai maar in een andere veilige ankerplaats, die, zooals de inboorlingen ons later zeiden, baai Woenoh heet.

In deze baai bleven wij den volgenden dag, 't was Zondag. liggen. Waigeoe vertoonde zich aan ons oog als een fraai bergachtig eiland, wiens hoogste tnp, de Buftalo-horn,

Buflulo-horn op Waigeoe, naar eene schets van commandant Tvdkman.

in het vroege morgenuur van onze ankerplaats te zien was, toen nog geen nevels zich om zijn kruin hadden saamgetrokken. Wij kregen al vroeg bezoek van enkele Papoea's, die in hunne prauwtjes aan kwamen roeien; het waren kleine, donkerbruine kerels met groote haarbossen, waaromheen sommigen een lap rood goed gewonden hadden. Zij droegen alleen den tjidako, dat is een band, midden om het lijf gebonden, waar van voren een lap afhangt, die zij tusschen de beenen doorhalen en achter vast steken of ook wel los laten hangen. Velen leden aan huidziekte, de zoogenaamde Dajaksche schurft, welke door een parasiet veroorzaakt wordt,

Sluiten