Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een eiland, dat de vorm van een hooiberg had, en dat wij met den Buffalo-horn in een bepaalde richting vóór ons moesten passeeren, wilden wij de Piapis-baai instoomen. Bij daglicht was commandant TyüEMAN ook dadelijk geörienteerd en in den namiddag stoomden wij eerst het „haycock"-eiland voorbij en vervolgens de Piapis-baai binnen, alwaar wij wegens den feilen stroom en de nauwte der ankerplaats in de luwte van een klein eiland voor twee ankers moesten liggen. De nieuwsgierigen onder ons gingen dadelijk weder aan land en ontdekten een groot ledig Papoesch huis op palen en een mooie, groote prauw, die onder een afdak van bladeren en takken op land was gehaald. Van menschen was geen spoor te zien. Wij beklommen een lagen bergrug zfc 50 M. hoog, die de Piapis- van de Woenoh-baai scheidt en zagen van zijn top in de beide baaien. WEBER vond hier sterk verweerd groenachtig gesteente, waarvan hij stukken mede naar boord sleepte.

Het heele land was met prachtig bosch begroeid; een oude vijgenboom stond dicht aan zee, zijn groote wortels kronkelden als reuzenslangen over het strand, terwijl zijn takken met allerlei parasitische planten als varens en mossen begroeid waren. Het schijnt haast wel alsof zulk een begroeide oude vijgenboom een karaktertrek van YVaigeoe en de naastbij liggende eilanden is, want in het reisverhaal der Marchesa komt een afbeelding voor van het eiland Momos bij Waigeoe, waarop men een stuk strand ziet, overschaduwd door een ouden vijgenboom, dat even goed voor de Piapis-baai zou kunnen doorgaan.

Tijdens onze afwezigheid was het druk aan boord geworden; drie sampans van Roeieb waren langs zij gekomen. De prauwtjes waren van uitleggers voorzien en geleken wel drijvende woningen, zooveel hadden de Papoea's er opgepakt en aangehangen. Deze prauwtjes hadden dit merkwaardige, dat zij door een matten vloertje in twee verdiepingen gescheiden waren. Wat onder in het prauwtje lag was natuurlijk voor

Sluiten