Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor een kampong, waarvan de missigit op palen in zee stond; doch niemand onzer kon, zelfs met de kaart in de hand, uitmaken of het Fak-Fak of Skroë was en de loods wist het evenmin. De hoofdman van de kampong, die dadelijk in zijn prauwtje naar ons toe kwam roeien, noemde een geheel anderen naam, en zeide, dat de kampong Atja-Toening heette en dat Fak-Fak, waar de controleur gevestigd is, een uur verder lag.

Of er te Fak-Fak gelegenheid zou bestaan hebben om ons eentonig menu door versche producten van het land aan te vullen, weet ik niet; maar in Atja-Toening bestond die gelegenheid althans niet, evenmin als in de meeste der kleine kampongs, die wij op dit gedeelte der reis aandeden.

Verwend waren wij aan boord niet; levendig herinner ik mij, hoe juist dien middag de hofmeester, in plaats van de gewone rijsttafel te geven, ons op grauwe erwten en spek tracteerde; de heeren waren enthousiast en aten bordenvol. Ik dacht, toen ik hen zoo zag smullen, als ik thuis WEBER die harde, zwarte knikkertjes eens voorzette, zou hij zeker zeggen: „die zijn net goed voor de varkens".

Den volgenden morgen brachten VERSLUYS en de Dokter mij belangrijke wieren mede van het rif, terwijl WEBER de schatten, die zich gedurende de vorige dagen opgehoopt hadden, met HUYSMANS inpakte; dit was altijd een zenuwachtig werk, omdat het zoo uiterst nauwkeurig moest geschieden. In den namiddag gingen wij allen naar Atja-Toening, waarvan de huizen, evenals de missigit, op palen in zee stonden en onderling en met het strand door smalle loopplanken, eveneens op palen, verbonden waren. Het waren echte, typische paalwoningen, zooals wij ze zoo dikwijls op platen afgebeeld zien. Het strand was smal, de bergen reikten tot aan zee; nauwelijks uit de vlet gestapt, moesten wij om verder te komen den dicht met boomen begroeiden heuvel beklimmen, die slechts een enkele open plek aanwees, waar de inboorlingen gemetselde graven hadden gebouwd. De

Sluiten