Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tropische bosschen vindt en dat door zijn dichtheid gewoonlijk het genot van een boschwandeling beneemt, haar vaak zelfs onmogelijk maakt. Langs de oevers van een thans droog riviertje, waardoor men gemakkelijk de bergen beklimmen kon, vlogen schitterende kapellen, wier vleugels glinsterden in de zon; talrijke vogels krijschten of floten er vroolijk op los in de kruinen der boomen, en tusschen deze schelle tonen weerklonk ook het droefgeestig geluid eener duif. Overal zagen wij hagedissen, die bij onze komst onder steenen en wortels der boomen wegkropen; het eiland scheen in waarheid een Dorado voor een natuuronderzoeker te zijn!

De „steene vingers", het doel van ons bezoek aan Kelang, zijn later door Prof. BOEHM op de Soela-eilanden teruggevonden en herkend als fossielen van echte Belemnieten. Volgens RUMPHIUS komen ook nog „steene kogels" op de Soela-eilanden voor, die men, naar hij verhaalt, „alleen op het strand vind, maar niet in de rivieren; of ze op de bergen Boeja vallen is mede onbekend, want de inlanders willen niet eens daar naar toe gaan, noch alleen noch met ons volk, vreezende dat ze doodgesmeeten of geslaagen zullen worden van den Duivel, dewelke op deze bergen woont en met de voorschreve steenen van zich smijt".

Zonder eenig avontuur stoomden wij tegen het vallen van den avond straat Kelang door en kwamen midden in den nacht in de vermaarde baai van Ambon ten anker. De schoonheid dezer baai hadden wij steeds zóó hooren roemen, dat wij den volgenden ochtend met gespannen verwachting aan dek kwamen. De werkelijkheid viel ons echter tegen; waarschijnlijk heeft Ambon zijn groote vermaardheid te danken aan reizigers, die de baai van Badjo of de kust van Waigeoe of menige andere kustplaats in het verre Oosten niet kenden, die het ons, gelukkige stervelingen, beschoren was geweest te zien. De baai is diep, breed en ruim, doch verliest daardoor aan schilderachtigheid, en de bergen, die de baai omgeven, zijn wel vrij hoog, maar eentonig van vorm,

Sluiten