Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een ankerplaats bij Kabaena, waarop de drie waardigheidsbekleeders aftrokken, belovende morgen antwoord te zullen brengen; maar zij schenen niet erg op hun gemak. Na hen kwam de Hollandsche sergeant, die met vier soldaten het aanzien van Nederland hier hoog moet houden. Wat de man eigenlijk te doen had, bleek niet uit zijn verhalen; de kolenloodsen, die hier vroeger waren, waren opgeheven; wij meenden te bespeuren, dat de man er niet op vooruit was gegaan gedurende zijn eenzaam leven onder de Boetoneezen, en hoe ware dit anders te verwachten? Voor een ontwikkeld mensch zijn zulke eenzame standplaatsen al een heele toetssteen voor den rijkdom van zijn eigen ressources, hoeveel te meer voor een gewoon sergeant, die op eenmaal geheel zelfstandig wordt ').

Reeds vroeg in den morgen kwamen dezelfde drie deftigheden in hetzelfde costuum weder bij ons, zij brachten een bok en twintig klappers als geschenk van den Sultan mede en kregen een stuk goud brocaat, dat wij uit Engelsch-Indië voor zulke doeleinden hadden meegebracht, voor hem als tegengeschenk. De informaties, die zij gaven waren waardeloos; of uit onkunde of uit onwil, daar konden wij niet achter komen, maar wij vermoedden het laatste. Commandant TYDEMAN zeide dan ook: „hij zou alleen die ankerplaats wel vinden", en zoodra de drie van boord waren stoomden wij weg. In het verloop van dien dag werd met goed gevolg op 1886 M. gekord; in de kor zat een merkwaardig inktvischje, dat nog eenige kenmerken van het uitgestorven geslacht Belemnites scheen bewaard te hebben. Of dit werkelijk zoo is, zal nader blijken, wanneer Prof. JOUBIN, die de inktvisschen bewerkt, met zijn onderzoek gereed zal zijn, maar WEBER vond den kleinen inktvisch zoo merkwaardig, dat hij niet onder de overige dieren verpakt werd, maar verder de reis met ons mede heeft gemaakt. Deze manier

1) Kort geleden is, naar mij verteld werd, deze post opgeheven en bevindt zich dus thans geen Hollandsch sergeant meer te Boeton.

Sluiten