Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat men gewoon is kampong Saleyer te noemen, is een complex van verschillende flinke en groote kampongs, die geheel verscholen onder hooge klapperboomen aan zee liggen. De uitvoer van copra moet hier wel aanzienlijk zijn, daar er, naar men ons vertelde, 600,000 klapperboomen op het eiland staan. Dit getal is zoo nauwkeurig bekend, omdat over de klapperboomen belasting wordt betaald, en elke goede, volwassen boom zoude volgens diezelfde bron jaarlijks f 5 aan vruchten opbrengen.

Ons huis, de passagrahan, stond in den hoek tusschen het huis van den Controleur en de gevangenis; welke beide gebouwen met hun erven twee zijden begrenzen van een mooi, groot grasveld, omgeven door tjemara's en waar midden in een diepe put gegraven was. En daar het op Saleyer al sinds verscheidene maanden niet geregend had, kwamen de vrouwen van ver in aarden potten water halen, dat zij met een palmblad, gebogen tot een emmertje, uit den put ophaalden ; doch ook hier was de voorraad water gering en nog het grootst 's morgens vroeg, als zich het water gedurende den geheelen nacht opgezameld had. Onder de tjemara's vlak aan zee werd ook passar gehouden; WEBER kocht hier natuurlijk weer allerlei visch, tot ergernis van Bandong die beweerde, dat Mijnheer afgezet werd. Dag in dag uit, kwamen dezelfde menschen van verre afstanden, soms met dezelfde koopwaar, op den passar. Dit gaan naar den passar moet toch voor hen, niet het minst voor de jonge meisjes, die er altijd rijkelijk vertegenwoordigd waren, een heel pretje zijn, anders zouden ze, dunkt mij, er wel een beetje minder heengaan. Eenmaal in de week was er groote passar en kwamen ook de kooplieden met bonte garens, een artikel waarin veel handel was. De kooplustige vrouwtjes zochten de kleuren bij elkaar, hielden ze in de hand, vroegen om andere tinten, schikten die weder, tot zij een voor haar oog aangename kleurmengeling hadden en eerst dan werden de garens gewogen en de koop gesloten.

«4

Sluiten