Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat wij er zoo goed uitzagen en dat niemand van ons ook maar een enkelen dag malaria had gehad. Bij overgangen van seizoen, wanneer b.v. de regentijd overgaat in den oostmoesson of omgekeerd de drooge tijd in den westmoesson is Saleyer berucht voor zijne koortsen, maar wij waren, zooals Weber trouwens in overweging genomen had bij de keuze der plaats, in vollen oostmoesson te Saleyer en hebben van geen koorts geweten.

Den 26sten trokken wij, na den heer KRUGERS nog hartelijk voor al zijn vriendelijkheden voor ons gedankt te hebben, met al ons hebben en houden Sibogawaarts; de lastigste passagier was Piet, die in een mooi, nieuw bamboe-hok zoo schopte en trapte, dat wij vreesden hem te zullen verliezen. Piet kwam eerst tot rust, toen hij aan boord weder zijn geliefd varkenshok ontdekte en er bezit van kon nemen.

Zoodra wij aan boord waren, zette de Siboga koers naar het noorden om straat Saleyer te passeeren, want ten oosten van het eiland zouden wij weder onze korringen beginnen. Onder het machinepersoneel had andermaal eene verandering plaats gehad; de heer CoNRAT was te Soerabaja gebleven en de heer VAN LOENEN, wiens broeder reeds een traject met ons mede gemaakt had, was in zijn plaats getreden. Het spil was versterkt en een nieuwe rem aangebracht; maar deze was nog niet „beloopen", zooals de heer KLAZINGA dat uitdrukte en leverde ons het koopje, dat bij onze eerste diepe dregging tusschen Saleyer en Kabia, de kabel weer te snel uitliep en kinkte; het net was over den korboom geslagen, de vangst gering; alleen enkele dieren werden opgehaald, o. a. een klein vischje, waarvan slechts in enkele buitenlandsche musea exemplaren bekend zijn. Door zijn monstreus opgezetten, uitgerekten buikwand kon men thans nog een visch zien heenschemeren, langer van stuk bij levenden lijve, dan de kleine vraatzuchtige, die hem verzwolgen had.

Bij Kabia of Baars-eiland konden wij nergens ankergrond vinden, zoodat de Siboga 's nachts moest blijven drijven.

Sluiten