Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Roma, Dammer, Teou, Nila, Seroea en Manoek, terwijl de Banda-eilanden als de laatste schakel beschouwd worden van deze eilandenreeks, waarvan bijna elk eiland een vulkaan bezit. De eilanden Kisser, Letti, Moa, Seramata, de Tenimber- en Kei-eilanden, Tioer, Koer, YVatoe-bela, Goram, Ceram, Boeroe en Ambon vormen den buitensten cirkel, en vulkanen ontbreken hier geheel. Enkelen dezer eilanden zijn ook bekend onder den naam van Zuid-Wester en van Zuid-Ooster eilanden. Deze namen zijn afkomstig van de richting, waarin de oude zeevaarders met de moessons zeilen moesten en hebben niets te maken met de eigenlijke ligging dezer eilanden en daarom heb ik die namen ook niet gebruikt, die zoo licht tot verwarring aanleiding geven.

Tusschen de beide half cirkelvormige eilandengroepen vindt men op vroegere kaarten een betrekkelijk geringe diepte aangegeven. Er stond wel is waar op de zeekaarten eene, na 1890 in het zuidoostelijk gedeelte gedane, looding vermeld, die een diepte van 6500 M. aanwees, doch deze looding was niet door de andere kaarten overgenomen en de meening der geleerden was, dat de Banda Zee met trapsgewijs ondiepere terrassen overging in de Arafoera Zee.

In het westen gaat de Banda Zee over in de minder diepe Flores Zee, en in het noordwesten was op vroegere kaarten de Banda Zee door den reeds besproken landrug tusschen Boeroe en de Soela-eilanden van de Ceram Zee gescheiden. Verder stond op de kaart in de nabijheid van Banda een diepte van 7200 M. vermeld, doorliet Nederlandsche oorlogsschip Cachelot in 1858 gelood. Sir JOHX MüRRAY had er op gewezen, dat deze diepte een der acht grootste diepten der aarde was en had deze diepte „Weber-deep" gedoopt. Voorts verhieven zich op de vroegere kaarten in de Banda Zee zelve, als geheel op zich zelve staande, de Goenoeng Api, de Lucipara- en de Schildpad-eilanden.

De loodingen der Siboga hadden, zooals men reeds weet, aangetoond, dat de Banda Zee in het noordwesten door

Sluiten