Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn matrozen met steenen hadden gegooid en dat hij slechts met de grootste moeite zijn volk mede naar boord terug had gekregen, dat veel liever er maar dadelijk weder op los geslagen had. Onze matrozen hingen nu in het vervolg ovet de verschansing te turen naar het beloofde land, dat zij niet mochten betreden, gereed 0111 te ontsnappen, als zich eene gelegenheid voor mocht doen.

Wij allen betreurden dit gedwongen verblijf aan boord van onze matrozen en verheugden ons, als er een geldige reden gevonden werd, om aan enkelen het gaan naai land toe te staan. Zoo vond ToERIMAN, een knap matroos, die later nog een vinger zou verliezen bij het inwinden van het lood, te Banda zijn vader terug, die wegens medeplichtigheid aan een politiek misdrijf uit Java naar Banda verbannen was. De oude man kwam aan boord der Siboga en kreeg permissie ToERIMAN voor een paar dagen mede te nemen, op conditie, dat ToERIMAN den ochtend van ons vertrek weder present zoude zijn. De oude man was overgelukkig met deze schikking en vader en zoon verlieten te zamen het schip.

Met de stoomsloep werd ijverig gedregd in het Zonnegat en in den zeearm, die Groot Banda van Klein Banda scheidt. Het water is zoo helder tusschen deze eilanden, dat men tot op 20 M. diepte alles duidelijk ziet en genieten kan van de pracht en den rijkdom der koralen van zacht grijze en licht bruine tinten, die hier groeien en ook den leek zoo opvallen, dat men van zeetuinen spreekt. Tusschen de koralen groeien weinig wieren, kalkwieren als Lithothamnion en Amphiioa uitgezonderd, maar des te meer dieren, zooals ook reeds door het expeditie-schip de Challenger, die hier twee dagen had stil gelegen, was opgemerkt. De sterke stroomen bevorderen de ontwikkeling van koralen en sponsen en vooral van deze laatsten bracht HlTYSMANS, al duikende, menig mooi exemplaar naar boven. Ook de visschen zijn overtalrijk. Onze verzameling werd hier dan ook verrijkt met eenige zeldzame soorten, b.v. een grooten zwaardvisch van bijna

Sluiten