Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gong uit de verte, en voortbewogen door den krachtigen pagaaislag van 40, 50 ja 60 roeiers, die vaak met wild gezang de gong begeleidden, gleed het ranke vaartuig vlug door het water, boog achter de Siboga om en kwam onberispelijk aan den valreep te liggen. Het hoofd of de hoofden zaten of stonden op een in het midden aangebracht dek; een dienaar hield hem een pajong, parapluie, boven het hoofd, en veelal waren deze grootheden uitgedost in een kostelijk mengsel van ouderwetsch Europeesche en inlandsche kleeren. De vaartuigen waren steeds met vlaggen versierd; in den top woei de Hollandsche driekleur, — wat vonden wij onze vlag altijd weer vroolijk en mooi — lager hingen, voor en achter, de meestal driehoekige vlaggen der inlandsche hoofden, en dan wapperde gewoonlijk ook nog een vlag van rose en gele banen onder de Hollandsche vlag. Van verscheidene dezer schilderachtige vaartuigen, vaak bemand door wild uitziende kerels werden photographieen genomen; maar de bezoeken zeiven, die aanvankelijk door het vreemdsoortige nieuwe zoo op de verbeelding werkten, begonnen ons gauw te vervelen, daar zij zooveel tijd kostten. De hoofden wilden wel wat hebben voor hunne moeite, zij moesten alles aan boord zien en lieten zich door den Commandant, die voor het prestige in zijn uniform zwoegde, alles uitleggen en een bittertje geven. WEBER, die maar in een schunnig pak van kakhidril liep, werd niet door hen opgemerkt en maakte zich lachend uit de voeten.

Tusschen de beide kampongs Feer en Langiar kwamen wij nogmaals voor Hoog-Kei ten anker; het was in den namiddag, en eenigen onzer besloten gauw aan land te gaan. De vlet bracht ons naar Feer, dat in oorlog was met Langiar. „Perkara moeloet sadja" zeiden onze matrozen, een uitdrukking, die dunkt mij het best wedergegeven wordt door, „ze doen het maar met schreeuwen af'. Te Feer bezagen wij eerst de kampong, die een flinke missigit rijk is, want de bewoners zijn Mahomedanen. Ook zagen wij

Sluiten