Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waren een koud bad voor onzen ijver en ons enthousiasme

voor dreggen en korren.

In de nabijheid der Kei-eilanden vonden wij op fraai vertakte Gorgoniden, die uit de diepte bovenkwamen, kleine Mollusken, die sprekend op wormen gelijken. Deze interessante dieren, Solenogastres geheeten, zijn reeds door onzen reisgenoot Dr. NlERSTRASZ bewerkt. In de verzameling vond hij verscheidene vormen nieuw voor de wetenschap, waaronder ook eene tweede soort van het geslacht Proneomenia. Merkwaardig genoeg was de tot nu toe alleen bekende I'roneomenia door de expeditie der W illem Barents in de Noordelijke IJszee gevonden. Dit geslacht komt dus in de Tropen en in het hooge Noorden voor en is in beide zeeën

door Nederlanders ontdekt.

Op weg naar de Aroe-eilanden werd een veel grootere diepte gevonden dan van de Arafoera Zee bekend was, te weten 3565 M., doch deze eene diepe looding verandert niets aan het feit, dat deze zee in haar geheel genomen veel minder diep is dan de Banda Zee. Het geluk was ons over het algemeen gunstig in de Arafoera Zee, want eene korring op 1700 M. slaagde uitmuntend en de horizontaal-cylinder werd met goed gevolg gebruikt. De westmoesson begon zich echter hoe langer hoe meer te laten gelden; er kwamen zware buien, niet alleen 's nachts maar ook overdag, die men over zee naar het schip toe zag komen: de wind ligt op het water, zeiden dan de officieren. Zoo naderden wij met ïecht onvriendelijk weder Dobbo, den hoofdzetel van het Nederlandsche Gouvernement op de Aroe-eilanden, voor welk plaatsje de Siboga het anker liet vallen. De bieede, lage, zandige landtong, waarop het dorp gebouwd is, schitterde tusschen de buien door in de zon ; veilig voor elke deining lag het schip in de diepe baai, die door laag bosch omgeven is.

Was dat nu Dobbo, waarvan WALLACE met zooveel geestdrift verteld had? Was dit de plek, waar hij dien prachtigen vlinder, Ornithoptera Poseidon, ving, waarvan

Sluiten