Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aardig was het eergevoel, dat de Javaansche stokers aan den dag legden; ieder had gaarne, dat hem op zijn beurt het een of ander postje werd toevertrouwd, en toen het den heer van loenen eens gebeurde, dat de stokers op zijn wacht niet goed werkten, zeide hij heel bedaard: „Scheiden jullie er maar mee uit, ik zal kendang roepen" en dadelijk werkten allen best. ketjil, die de stoomsloep bij de Jedaneilanden zoo onhandig had stuk gestookt, waardoor de stokers dagen lang hadden moeten werken om den ketel te herstellen, was onherroepelijk bij allen in achting gedaald.

„Daar is zoowaar de Siboga weer," zeide men op Ambon, toen wij in den namiddag van den tweeden Januari de baai van het eiland binnenstoomden. Zware regens vielen in het gebergte, woeste wolkgevaarten verhoogden den indruk der fraaie, doch ietwat tamme baai. Op de reede lagen de Arend en H.M. Serdang, en dadelijk werd de mogelijkheid besproken of de Serdang naar den lasten lengtegraad zou kunnen gaan.

Het eindresultaat van verschillende besprekingen tusschen den Resident van Ambon, onzen Commandant en den Commandant van de Serdang Was, dat deze bodem naar FakFak vertrok en dat wij te Ambon moesten blijven tot de „Seeadler", een schip der Duitsche marine, dat aldaar verwacht werd, zou zijn aangekomen. Onze officieren moesten de officieren van de Serdang vervangen, die juist gezonden was om den etat-major van de „Seeadler" te ontvangen.

Hier mag wel even vermeld worden, dat van de arme officieren der „Pel" nooit meer iets gehoord is. Controleur Kroesen vernam, dat zij inderdaad door de wilden vermoord en opgegeten waren. Door zijn toedoen werden twaalf belhamels aan het Hollandsche Gouvernement uitgeleverd, waarvan eenigen, toen zij aan boord van den Hollandschen oorlogsbodem kwamen, over boord sprongen en verdronken. Met medewerking van den heer kroesen werd te Merauke het eerste militaire campement gevestigd ter beteugeling van

Sluiten