Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Toeal dacht, die bij Ds. KYFTENBELT opgevoed worden en aan de scholen der zendelingen, die op verschillende eilanden verspreid tot de diocese van Ambon behooren, begreep ik hoeveel goeds hier een predikant door zijn arbeid doen kan. Laat in den namiddag van dien Zondag wandelden WEBER en ik nog voor het laatst langs het strand naar Batoemerah. Het gezicht op de baai, op het oude fort, op de schepen in de haven was bij de teere verlichting van de laatste stralen der avondzon betooverend schoon.

Ons oorspronkelijke reisplan had WEBER, zooals wij boven zagen, moeten wijzigen en thans werd in overleg met TYDEMAN besloten regelrecht naar Dammer te stoomen en van daar over Roma naar Timor te gaan. Afscheid nemende van Ambon, staken wij dus opnieuw de Banda Zee over, onderweg nog onze gegevens door enkele loodingen aanvullende. 10 Januari kregen wij in den namiddag Dammer in zicht, dat zich van af zijne vlakkere westzijde langzamerhand verheft tot een steilen vulkaan met verschillende toppen aan de oostzijde. Te Ambon vertelde men, dat in verband met de aardbeving op Ceram een vulkanische uitbarsting op Dammer had plaats gehad, en het eiland naderende zagen wij ook, dat de ééne zijde van den berg geheel kaal verbrand of alleen nog maar met verkoolde boomen gedeeltelijk bedekt was; wij vermoedden dus, dat de uitbarsting aan deze zijde had plaats gegrepen, lusschen tuce toppen van den vulkaan stegen zware rookwolken ten hemel, wat lager onder den krater, dien wij duidelijk konden onderscheiden, zagen wij twee fumarolen; groote, gele vlekken, van uit zee zichtbaar, toonden aan, dat hier veel zwavel werd afgezet. Alles getuigde van een groote werkzaamheid van den vulkaan en wij waren gespannen op de berichten, die wij hooren zouden. De Siboga stoomde intusschen om den vulkaan heen en liep de diepe Koelwatti-baai binnen, die naar het oosten open, in den westmoesson een heerlijk beschutte ankerplaats biedt.

Sluiten