Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zagen wij zooveel mooie baaien, bochten en inhammen, dat ons bevattingsvermogen wel eens te kort schoot voor al die nieuwe indrukken, en het beeld der eene baai, dat van

de andere verdrong.

Op weg naar de Boeka-baai op Rotti werd een paar maal gedregd; de zooiogen waren over de uitkomsten niet tevreden. Het was daarom met zekere voldoening, dat wij Rotti naderende, bemerkten, dat ook de Boeka-baai onjuist op de kaarten was weergegeven. De officieren togen dadelijk met grooten ijver aan het werk, om ook deze baai op te nemen, en wij allen verheugden ons, dat het der Siboga beschoren was, ook op hydrographisch gebied nuttig werk te leveren.

De Boeka-baai is een ruime, open baai, omgeven door vele kleine eilanden, die allen door de branding zijn afgeknaagd ; rechts en links van onze ankerplaats bruischte een flinke branding, die ons vermaande, dat daar riffen lagen. De omgeving der baai was heuvelachtig en bedekt met groene velden en lontar-bosschen, waartusschen enkele huisjes half verscholen lagen. Het landschap maakte hier, evenals later aan de Landoe-baai, een vriendelijken indruk, en de bevolking was op beide plaatsen toeschietelijk en gewillig. In den avond kwam een gezant van den radja van het landschap Thie uit naam van zijn meester vragen, wat voor een schip de Siboga was, en waarmede de radja van dienst kon zijn; de man deed heel beleefd en fatsoenlijk zijn woord. TYDEMAN had voor dergelijke gevallen een vast verhaaltje in het Maleisch opgesteld, dat alzoo begon: „Kapal ini ada kapal prang, tapi sekarang tjari binatang, ikan roepa-roepa dan binatang lain" etc. — „Dit schip is een oorlogsschip, maar nu zoekt het dieren, alle mogelijke soorten visschen en andere dieren etc. etc." WEBER en ik moesten altijd lachen als TYDEMAN zoo van wal stak; het herinnerde ons toch aan eene reis in de Kaap-kolonie, waarbij wij een tijdlang genoten van het gezelschap van den toenmaligen ConsulGeneraal der Nederlanden te Kaapstad. Op onze omzwer-

Sluiten