Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarvan er eene aan het eind van dit boekje geplaatst is.

Inlanders met hun elegante hoeden, mannen zoowel als vrouwen, kwamen op het rif; zij hadden allerlei vischtuig bij zich, en schenen van alles te eten want zij verzekerden ons, dat een wormsoort, Nemertine, waarvan wij hier meterlange exemplaren kregen, bijzonder lekker was.

Onze kennismaking met den radja van het landschap werd ingeleid, door dat HUYSMANS een man op een rots zag staan, die voorzichtig met de hollandsche vlag wuifde; dadelijk wuifde HUYSMANS met zijn hoed terug, waarop de man, die de radja van Opauw bleek te zijn, dichter bij kwam. Ondervraagd, waarom hij geweifeld had bij ons te komen, zeide hij, niet geweten te hebben wat voor een schip de Siboga was. Nog nooit had een schip in zijne baai geankerd; en, vervolgde hij, „een Hollandsch schip is ook mijn schip, maar ik was bang voor een Engelsch schip." De man was vroeger onderwijzer geweest en had iets heel beschaafds over zich. Hij bracht ons den volgenden ochtend met zijn zoon, broeder en nog eenige grootwaardigheidsbekleeders van het landschap een bezoek en had een geit en klappers bij zich als geschenk voor den Commandant en een flesch lontarstroop voor mij, waarvan wij allen 's morgens bij onze gebakken boekweitengort hebben genoten. De radja en zijn volgelingen namen het geheele schip op, maar niets trof hen zoo zeer, als de spiegel in den long-room. Zij dachten eerst, dat er een kamer achter lag, en een keek het patrijspoortje uit om te zien of dit zoo was. Bij hun vertrek vereerden wij den radja een doos met flesschen odeur voor zijn vrouw en een groote kom van geschilderd aardewerk, die hier zeer in trek was, benevens sigaren en twee flesschen wijn. Een contra-bezoek moest tot ons leedwezen, wegens het slechte weder, achterwege blijven.

Bijna dagelijks kwamen thans zware regenbuien ons overvallen: een onaangename gewaarwording als men aangewezen is op de beperkte ruimte van een schip, maar zij waren

Sluiten