Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

katoen hing, die den rug van den drager bedekte. Een paar van die hoeden werden voor de verzameling gekocht. Veel drukker was de handel in kaketoes; elke matroos wilde daarvan een exemplaar mede naar huis nemen en daar die nieuwe passagiers spoedig de kippen leerden nadoen, werd het een eindeloos gekakel aan boord.

Den volgenden ochtend deden wij nog een laatste wandeling door Lamakera. De Commandant had zijn photographie-toestel medegenomen en photographeerde verscheidene groepjes; o. a. ook een ouden man, die 15 ets. voor een kleinen walvisch-schedel gekregen had en nu van opwinding begon te tandakken. Hij werd zoo wild onder het dansen, dat ik het griezelig vond om aan te zien. Boven in de kampong aangekomen wilden wij langs een smal bergpad het land dieper indringen, maar met gebarenspel beduidden ons de menschen, dat wij dit niet moesten doen en om geen onaangenaamheden te krijgen zagen wij hier dan ook maar vanaf, indachtig aan hetgeen Prof. VON MARTENS nog in het jaar 1862 terzelfder plaatse overkomen was. Genoemde geleerde toch, die op Solor landslakken wilde verzamelen, zooals hij overal elders in den Archipel deed als hij daartoe gelegenheid had, zag eensklaps een man, die van achter een rots te voorschijn trad, met pijl en boog op zich afkomen, welke hem door sprekende gebaren beduidde, dat hij terugkeeren moest. Prof. VON MARTENS toonde zijn slakken in de hoop den wilde te vermurwen, als deze het onschuldige doel van zijn wandeling zou begrepen hebben, maar mets hielp; de wilde legde zelfs de pijl op Prof. VON MARTENS aan, wien nu niets anders overschoot dan om te keeren onder het hoongelach en triomfgejuich der toegeschoten vrouwen en kinderen. Prof. VON MARTENS besluit het verhaal van dit avontuur met het versje:

Bitter war's dem stolzen Herzen,

Dass zurück er weichen muss

Nu, dat geloofden wij graag. Voldaan met de weder bij

Sluiten