Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opduwen; WEBER, VERSLUYS en de doctor putsten het water, dat in de vlet sloeg er uit, de matrozen trokken al hun best aan de riemen en flink stuurde BOLDINGH ons door de branding en naar de Siboga toe. TYDEMAN was blij toen wij weer aan boord waren, alles liep goed af, maar WEBER heeft van dien tocht voor goed een griezel voor brandingen overgehouden.

Om half drie werd het anker gelicht; wij stoomden voorbij den Goenoeng Api, die van uit zee sinister imposant uitzag. De krater is naar zee toe open; af en toe kon men door den rook heen, zijn door zwavel hel geel en rood gekleurden achterwand zien; van zijn voet tot boven aan zijn top is hij één zwarte aschkegel, waartusschen koepelvormige rotsen van roodbruin gesteente uitsteken. Bij helderen maneschijn en kalme zee stoomden wij vervolgens langs de vulkanen Keo en Rokka, en daar wij een sterken stroom mede hadden, liep het schip zoo buitengewoon hard, dat wij reeds om zeven uur 's morgens voor straat Sapeh waren, alwaar te tien uur in 73 m. gedregd werd.

Die dregging overtrof in rijkdom al onze vorige dreggingen; het net bevatte uitsluitend dieren en dat wel in buitengewone verscheidenheid. WEBER schatte het aantal sponsensoorten op tusschen de dertig en veertig, en andere diergroepen waren al even goed vertegenwoordigd. Blijkbaar speelde de stroom ook hier weder een groote rol als gunstige factor voor de dierenwereld; hij heeft aan de oppervlakte, al naar het tij loopt, ongeveer eene twee en een halve mijls vaart of meer; in de diepere lagen zal hij veel van die sterkte verloren hebben, maar toch nog altijd sterk genoeg zijn, om vastzittende dieren van groot voordeel te wezen door het aanvoeren van voedsel en zuurstof.

De dregging was spoedig afgeloopen; tegen twaalf uur kwamen wij dan ook al in de Sapeh-baai ten anker, waar de wetenschappelijke staf den ganschen dag noodig had om het reusachtig materiaal te verwerken. Den volgenden

Sluiten