Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mocht van een voorspoedige reis spreken toen hij reeds den 6-" April 1652 voet aan wal zette, 't Lag niet aan hem dat de reis zoo lang geduurd had, want hij hield niet van talmen; den 9"" April had hij reeds het bestuur over de te stichten kolonie aanvaard.

Natuurlijk kwam hij niet alleen. Van Riebeek bracht 75 man mede: metselaars, smeden, timmerlieden, harpoeniers, tuinlieden, twee chirurgijns, een assistent-hoofd en een „ziekentrooster", die de betrekking van predikant vervulde en, als hij niet behoefde te preeken of te catechiseeren, naar de Ilottentotten ging om hoornvee en schapen te koopen.

't Spreekt vanzelf dat ik, de levensgeschiedenis van Generaal Joubert verhalende, niet van a tot z kan vertellen hoe de kolonie tot stand kwam, wat haar lotgevallen waren enz. Doch men kan niet zoo maar met de deur in huis vallen en beginnen: er was eens een jongen genaamd Petrus Jacobus Joubert. Men behoort na te gaan wie zijn voorouders waren en ik moet dus zooveel van de Kolonie vertellen als daarmee in verband staat. In 1657 waren er nabij Tafelberg ongeveer 150 blanken, waaronder 6 getrouwde paren en 12 kinderen. Al de overigen waren ongehuwde mannen, maar tegen hun zin. En daarom zond de Compagnie in 1665 ongeveer 50 arme, fatsoenlijke meisjes naar de Kaap. die er allen trouwden. Eenige jaren later ging Simon Van der Steil, die later gouverneur werd, er heen met 50 mannen en evenveel meisjes, meest boerendochters, die zich voornamelijk vestigden in het toen pas aangelegde district Stellenbosch. En zoo nu en dan kwamen er anderen, soms van zeer aanzienlijke familiën, in dienst van de Compagnie, die er bleven.

Zoo groeide de kleine Kolonie, maar ze had het niet gemakkelijk. Hottentotten z\jn een vreemd soort volk, die van het onderscheid tusschen mijn en dijn wonderlijke begrippen hebben. De dierenwereld in Zuid-Afrika is ook lang niet mak. De tuin van gouverneur Van Riebeek bij voorbeeld, was slechts een tuintje, doch het was niet geraden er

Sluiten