Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

„OPSTANDELING" JÓl'BERT.

Een leven als dat 't welk de Boeren in Afrika leiden ontwikkelt een mensch naar het lichaam zeer, maakt hem sterk en flink. Over 't algemeen trouwen de jongelui vroeg. De Boeren wonen ver van elkaêr en hebben daardoor niet zeer veel gelegenheid om vele menschen te leeren kennen, maar met wie ze in aanraking zijn, die kennen ze goed.

Bereikt een flinke jongen den leeftijd van 18 of 19 jaren, dan vindt moeder dat het hoog tijd is om haar zoon eemge nuttige wenken te geven omtrent het kiezen van een bruid. Ze doet dat gewoonlijk waar vader en al de broers en zusters bij zijn en, hoe ook schijnbaar met omwegen, toch „op den man af." Ze bespreekt, zoo langs haar neus weg. ieder „nooitje" (volwassen meisje), dat haar zoon kent ■afzonderlijk met een paar woorden, die hem alles zeggen. Binnen enkele weken weet hij precies dat Sannie pronkerig is, dat Mietje als schoondochter een nagel aan haar doodkist zou wezen; dat Grietje niet veel hart voor de huishouding heeft; dat Keetje een knap meisje is en de dochter van tante Truitje, een oude vriendin van moeder; en dat iemand die Jansje tot schoondochter mocht krijgen nog op haar ouden dag verkwikt en verblgd zou worden. Zal het <lus niet tegen alle ouderlijke wenschen ingaan, dan is de

Sluiten