Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is vrederechter. Joubert was dat dus ook en Shepstone, die hem in elk geval wilde lijmen, noodigde hem uit om in die betrekking den eed aan H. M. de koningin van Engeland af te leggen. Dat moest geschieden in handen van den rechter Coetzée, die in Engelschen dienst was overgegaan. Deze kwam, ook daarvoor, in Wakkerstroom. Joubert werd ontboden en verscheen.

„Hoe wilt ge dat ik u den eed afneem", vroeg Coetzée, „in 't Engelsch of in 't Hollandsch?"

„Ik weet van geen eed! Een eed aan wien?"

„Den eed van trouw aan Hare Majesteit de koningin."

„Hoe kan er nu een koningin zijn in een republiek?" vroeg Joubert.

„Ge weet toch," antwoordde de rechter, „dat Transvaal geannexeerd is en dat de koningin van Engeland hier regeert."

,,Ik ken geen koningin en ik zweer niet", riep Joubert uit, keerde zich om en stapte weg. Hij werd teruggeroepen, maar vergeefs; het plan was en bleef mislukt.

Onderwijl zat het volk niet stil.

Sluiten